‘lukkig heppik boek

20170415isaakberlinde jongste zoon (2 jaar & 7 maanden) zat in de badkamer op ’t potje, een plasje aan ’t doen, op zijn schoot: een boekje van hopla.

sinds anderhalve week zit ie in de peuterklas. op de eerste schooldag had ie – hoewel al lang zindelijk – een ongelukje gehad. daar kwam ie op terug:

hij: ik had pipi ‘daan in mij broek
ik: oei? wanneer, jongen?
hij: in de klas
ik: ah, je bedoelt vorige week?
hij: ja.
ik: da’s niet erg, hoor. kan gebeuren.
hij: ja, maar ‘lukkig heppik boek

waarmee, lieve lui, wij samen in 7 zinnen de essentie van ’t leven samenvatten.
vader-zoon-boek-momentjes…ik koester ze!

bibliofiele zelfvoorziening

de ‘stepping stone theory’ in een notendop & toegepast op bibliofielen:
het begon onschuldig, mijnheer, met de aankoop van één enkel boekje, een pocket van kafka, geloof ik. & kijk…moet je hem nu zien: een hele dag in zo’n atelier, allemaal lettertjes & regeltjes & paginaatjes zetten om z’n eigen spul te drukken. & ’t was nochtans zo’n goeie jongen, vroeger.

om maar te zeggen: de eerste dag van mijn eerste workshop letterzetten zit er op & ’t smaakt naar meer.

over de schouder meelezen met multatuli & funke

briefwisselingIk bekende het net geen jaar geleden al: ik ben een voyeur.
Dagboek- & correspondentie-uitgaven oefenen een enorm grote aantrekkingskracht op mij uit.
[Een van de redenen daarvoor, maar dat geheel terzijde, is: aangezien de inhoud van die uitgaven an sich al gefragmenteerd is, zijn ze uitermate geschikte voor iemand als ik die zelden of nooit een boek in een ruk uitleest, maar zich beetje bij beetje door talloze boeken tegelijk begeeft]

Ik zal dan ook zelden een dagboek of correspondentie niét kopen als ze toevallig mijn pad kruist.
Zelfs al heb ik weinig (van Multatuli las ik slechts Max Havelaar – omdat het moest – en zijn Liefdesbrieven die in de Privédomeinreeks werden uitgegeven, omdat het lezen van andermans amoureuze brieven het summum van voyeuristisch lezen is) tot niks (Funke wié?) met de correspondenten. Dat gold dus ook voor de Briefwisseling tusschen Multatuli en G.L. Funke. 1871-1885 die ik vanmiddag voor 3 euro uit de kringwinkel mee nam.

Die G.L. Funke bleek George Lodewijk Funke (1836 – 1885) te zijn; oprichter van de Nederlandse krant Het Nieuws van den Dag, antiquaar aan de Herengracht in Amsterdam en (de laatste) uitgever van Multatuli. Naar het schijnt ook de enige uitgever die Multatuli correct behandeld heeft.

Briefwisselingen tussen schrijvers en hun uitgevers zijn niet zo boeiend als brieven tussen geliefden en vaak ook ronduit saai. Maar ze boeien me wel, omdat ze een inkijkje in het schrijvers- & uitgeversvak van zo’n tijdperk geven.

De G.L. Funke die het boek uitgaf was de gelijknamige kleinzoon die pas in 1896 geboren werd en  die zijn grootvader dus nooit gekend heeft, maar hem & zijn rol/belang als dagbladoprichter/uitgever (pas) leerde kennen  toen hij het boek Multatuli en de zijnen van Julius Pee las. Dat boek werd in 1937 uitgegeven bij de Wereldbibliotheek waar ook deze briefwisseling in 1947 – 1 jaar na ’t overlijden van de kleinzoon- verscheen.

 

Ed Hoorniks vis is rot & stinkt

Zo stond het er:

Booknumber: 16994
Author: HOORNIK, ED
Title: De vis
Description: Utrecht, Stichting De Roos. 1965. Ill.: Ill.: Dick Elffers. 24 pp. Deze eerste geïllustreerde uitgave van het gedicht “De Vis” , geschreven in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en voor het eerst verschenen in 1962, werd in 1965 gezet uit de Fournier en vervaardigd door de Stadsdrukkerij van Amsterdam op houtvrij gesatineerd Plantijn 200 g/m2 van G.H. Bührmann’s Papiergroothandel M.V. De illustraties, gedrukt in offset, zijn van Dick Elffers, die ook de typografie verzorgde. De oplage van 175 genummerde exemplaren is bestemd voor de leden van de Stichting ‘De Roos’ te Utrecht. Bovendien werden enige exemplaren gedrukt voor de medewerkers. Met toestemming van auteur en uitgever overgenomen uit “De Vis’ gevolgd door ‘In de vreemde’ uitgegeven bij J.M. Meulenhoff te Amsterdam. Dit is no 66. In cassette. Deze is op de rug iets beschadigd / geschaafd langs de randen. Garenloos/. Boek goed.

“…In cassette. Deze is op de rug iets beschadigd / geschaafd langs de randen. Garenloos/. Boek goed.”, dus. Leest & kijkt u even mee?

hoornik02

…op de rug iets beschadigd” is, semantisch gesproken, geen leugen. Persoonlijk had ik het accuratere “over de helft van de rug losgescheurd” geprefereerd om weloverwogen over te gaan tot aankoop (of net niet).

Ook “geschaafd langs de randen” klopt; dat an sich zou mij niét van een aankoop weerhouden hebben, maar de realiteit zag er echter, letterlijk en figuurlijk iets minder fraai uit…

…want ook de onderkant van de cassette was grotendeels losgescheurd & de bovenkant was volledig (!) losgescheurd.

Boek goed” is een staalharde leugen: minstens 3 bladzijden waren gelost & ik durf het boek nauwelijks nog vastnemen of openen want dan geeft de rest er ook de brui aan, vrees ik.
hoornik05

Een beetje boze – nee, correctie: papa is niet boos, papa is teleurgesteld – email is net de deur uit, want Hoorniks vis is rot & stinkt. Hopelijk maken ze papa weer blij; anders moeten we namen gaan noemen & mogen ze naar verdere bestellingen fluiten.

+ + +

UPDATE 1 DAG LATER: antiquariaat P. uit W. laat weten dat ik het boek op hun kosten mag retourneren & mijn centen terugkrijg. Dat is ‘goed’ nieuws; hoewel ’t jammer blijft, want het is an sich wel een mooie & fijne uitgave.

geen büch

boudewijnbüch2
vrijdagnamiddag ging bij een veilinghuis in brugge dit lot onder de hamer: circa 120 jeugdgedichten & -prozastukjes uit 1965 + 7 schoolopstellen van de hand van boudewijn büch.

ik bracht op voorhand & online een erg stevig bod uit. maar helaas kwam er iemand nog straffer uit de hoek & ging het lot aan mijn neus voorbij.

erg jammer. want wat had ik hier ontzettend graag een bibliofiel uitgeefprojectje rond op poten gezet

Bibliophilie (Paul Verlaine)

Paul-Verlaine

Le vieux livre qu’on a lu, relu tant de fois !
Brisé, navré, navrant, fait hideux par l’usage,
Soudain le voici frais, pimpant, jeune visage
Et fin toucher, délice et des yeux et des doigts.

Ce livre cru bien mort, chose d’ombre et d’effrois,
Sa résurrection « ne surprend pas le sage ».
Qui sait, ô Relieur, artiste ensemble et mage,
Combien tu fais encore mieux que tu ne dois.

On le reprend, ce livre en sa toute jeunesse,
Comme l’on reprendrait une ancienne maîtresse
Que quelque fée aurait revirginée au point ;

On le relit comme on écouterait la Muse
D’antan, voix d’or qu’éraillait l’âge qui nous point :
Claire à nouveau, la revoici qui nous amuse.

+++

Het oude boek dat jij al zó vaak hebt herlezen!
Geknakt, mismaakt, gebroken in gebruikte staat.
Ziedaar, het heeft ineens een sprankelend gelaat,
Het voelt weer zacht en oogt in fijnheid onvolprezen.

Dit dood gewaande boek, dit duister, treurig wezen,
Herrees – voor ingewijden geenszins wonderbaar:
Zij weten, Binder, magiër en kunstenaar,
Hoezeer je jouw sublieme kunde hebt bewezen.

Je neemt het boek, in al zijn prilheid, weer ter hand,
Alsof een eens beminde op je schoot belandt,
Dankzij een goede fee hermaagd teruggekeerd.

Je leest alsof je weer de stem der Muze hoort,
Voorheen welluidend, door de wrede tijd verweerd:
Wij worden door haar klaarheid andermaal bekoord.

[Vertaling: Martin Hulsenboom; in: Paul Verlaine; Biblio-sonnetten; Stichting Cultureel Brabant (Tilburg); 2016]