poëzie, regen jaagt weer, typocscript

Regen jaagt weer (#010) – Rantsoeneering (15-10-’43)

VOORAF
In april 2018 kocht ik op Catawiki een kavel met 139 (oorlogs)gedichten van een onbekende dichter. De gedichten – in manuscript en typoscript – werden geschreven tussen 18 juni 1937 en 15 september 1947. De meeste gedichten zijn in het Nederlands (of Nederlands dialect) geschreven, 8 gedichten zijn in het Duits geschreven. Meer details over het kavel vind je in deze blogpost.
In deze reeks “regen jaagt weer”-blogposts ontsluit ik de typoscripten/manuscripten/gedichten een voor een.
Om alle blogpost uit de reeks te lezen: klik hier.

Het gedicht “Rantsoeneering” is getypt op een blad dat in de rechterbovenhoek in potlood genummerd is: 331
Het gedicht is boven de titel gedateerd: 15-10-’43.

OP DE BON
Tijdens de tweede wereldoorlog gingen heel wat schaarse voedings- en levensmiddelen ‘op de bon’. De overheden probeerden zo enerzijds tot een eerlijke verdeling van schaarse middelen over de bevolking te komen en anderzijds het hamsteren of speculatie te voorkomen.
In Nederland – de onbekende dichter van deze gedichten, was een Nederlander, zoveel is wel duidelijk – werd op 11 oktober 1939 suiker als eerste product gerantsoeneerd en was het enkel nog te verkrijgen met distributie- of rantsoeneringsbonnen. Een paar maanden later gingen ook erwten op de bon en er zouden er nog talloze andere volgen. Heel wat levensmiddelen bleven ook na het einde van de oorlog gerantsoeneerd. Koffie, bijvoorbeeld, bleef tot in 1952 niet vrij verkrijgbaar in Nederland.

Ook in België werden alle essentiële voedingsproducten gerantsoeneerd. De officiële rantsoenen telden gemiddeld slechts 1.380 kilocalorieën per dag. Het duurde dan ook niet lang of de bevolking probeerde het magere rantsoen aan te vullen met aankopen op de illegale markt. Daar was alles te koop, maar aan woekerprijzen. Clandestiene productie en verkoop van eetwaren, diefstal, inbreuken op de officiële prijzen en vervalsing van rantsoenzegels waren schering en inslag.

STERVEN VAN DE HONGER MET PROPERE BILLEN
Op vrijdag 13 maart 2020 om middernacht ging België voor het eerst in corona-lockdown. De volgende dag deed ik, naar wekelijkse gewoonte, mijn boodschappen voor de week die komen zou. Het was drukker dan gewoonlijk in de supermarkt. Daarnaast vielen mij de grote gapende leegtes op in de rekken die op andere zaterdagen volgestouwd waren met wc-papier. De dappersten aller Galliërs bleken gewoon bange schijtluizen en waren als een gek aan het hamsteren gegaan. Waarom mensen massaal naar wc-papier grijpen als iets een schijn van een mogelijke crisis krijgt, heb ik nooit begrepen.

“Vertel nog es, opa, over de Grote Coronacrisis van de jaren ’20”
“Wel, kinderen, de mensen kwamen massaal om van de honger, maar wél met propere billen”

Het hamsteren liep dusdanig de spuigaten uit dat de supermarkten genoodzaakt waren om het wc-papier te rantsoeneren. Alsof we midden in een wereldoorlog zaten. Quod non.

Ook in het gedicht “Rantsoeneering” is (gebrek aan) wc-papier een bron van zorgen.

Standaard
poëzie, regen jaagt weer, typocscript

Regen jaagt weer (#009) – Muziek (juni 1942)

VOORAF
In april 2018 kocht ik op Catawiki een kavel met 139 (oorlogs)gedichten van een onbekende dichter. De gedichten – in manuscript en typoscript – werden geschreven tussen 18 juni 1937 en 15 september 1947. De meeste gedichten zijn in het Nederlands (of Nederlands dialect) geschreven, 8 gedichten zijn in het Duits geschreven. Meer details over het kavel vind je in deze blogpost.
In deze reeks “regen jaagt weer”-blogposts ontsluit ik de typoscripten/manuscripten/gedichten een voor een.
Om alle blogpost uit de reeks te lezen: klik hier.

MUSIC MAESTRO, PLEASE
Het gedicht “Muziek” is getypt op twee blaadjes; genummerd als pagina’s 1 en 2 van het gedicht en, later, ook genummerd in potlood als nummers 328 en 329 van een grote collectie gedichten/teksten waarvan er (maar) 139 in de BS&E zitten.
Het gedicht is gedateerd “Juni 1942” in de rechterbovenhoek van elk blad.

In “Muziek” bezingt de dichter “de hemelsche klanken […] door de nacht” van de (geallieerde) vliegtuigen die hij “hoort [zingen] hoog in de lucht” wanneer ze met hun bommen, met “hun lasten naar ’t vreemde land” vliegen om daar “een stad […] een haven [of] een schip” te gaan bombarderen om (het Duitse) geweld te “breken met grooter geweld”.

Standaard
boek, poëzie

BRIO van Ben Klein is zonder twijfel ’t slechtste dat ik ooit van hem las

WIE: Ben R. Klein
WAT: BRIO
WAAR: Aangekocht bij antiquariaat De Slegte in Antwerpen
WANNEER: Aangekocht op 5 juni 2021
KAFT: Ringbinding
UITGEVER: Uitgeverij Schwung, Antwerpen (lees: een uitgave in eigen beheer)
JAAR: 1999
BLZ.: 74

HIATEN
Nog een Klein die ontbreekt op Schrijversgewijs“, berichtte Kris Landuyt van De Slegte in Antwerpen me via Messenger het voorbije weekend. Dat betekende ipso facto dat de titel ook in de BS&E nog ontbrak. Er volgde, op die mededeling, nog een link naar de bundel “BRIO” op de website van De Slegte.
De hiaten, zowel die op Schrijversgewijs als die in de BS&E, werden ondertussen gevuld.

TWEE PERFORMANCES
Ben Klein definieerde zich als dichter expliciet als experimenteel – in alle onbescheidenheid meestal zelfs als “dé experimenteel” – en als performer.
“BRIO” – uitgegeven in maart 1999 – bundelt de teksten/gedichten van twee performances die Klein niet lang daarvoor gaf; dat blijkt uit de teksten zelf en uit de foto’s die opgenomen zijn in deze gefotokopieerde en met ringen gebonden uitgave.

Het eerste deel van “BRIO” begint met deze aankondiging: “Dames en Heren, we vangen aan“.
Het tweede met: “Het schijnt dat Klein hier zal optreden. De artiest is net met de trein uit Amsterdam gearriveerd. Het zal gaan gebeuren!

De tweede performance vond plaats in antiquariaat Demian (toen nog gevestigd in de Wolstraat).
Dat blijkt niet alleen uit de foto’s…

…maar ook uit de tekst zelf.

Dat die performance plaats vond op vrijdag 9 oktober 1998 weet ik omdat René Franken van antiquariaat Demian me – gevraagd of hij zich Kleins performance nog herinnerde – een foto van de uitnodiging mailde.

NON BRIO
Ben Klein heeft boeiende bundels geschreven en uitgegeven – vooral in de jaren ’50 en ’60, maar ook een aantal bundels uit de jaren ’70 en 80′ zijn best interessant – maar hij heeft ook grote hoeveelheden brol en prut op de wereld losgelaten – zijn onbescheidenheid was soms een troef, maar ze ondermijnde zijn kritische blik op zijn eigen werk even vaak.

“BRIO” is zonder twijfel ’t slechtste dat ik ooit van hem las.

Bewijzen, zegt u?
Welaan dan!

GEDICHT
Vandaag aan de dag staan er in de kranten alleen slechte berich-
ten.
Inplaats
[sic] van zulk dagblad te lezen, kunt ge beter proberen er
een gedicht mee te maken.
Pagina afscheuren.
Stukjes afknippen en in pot werpen.
Zout strooien.
Lint rond pot leggen.

En dan uiterst geconcentreerd…Ja uiterst geconcentreerd het
gedicht trekken.
Voilà!

Bloemen verwelken.
Scheepjes vergaan.
Neem bijtijds een lepel levertraan.

QED! Maar soit…het streven naar volledigheid van een collectie eist soms kleine opofferingen.

Standaard
boek, BS&E, poëzie

Jean-Marie Henri Berckmans – Tranen voor Coltrane

WIE: Jean-Marie Henri Berckmans
WAT: TRANEN VOOR COLTRANE. fundamenten
WAAR: Aangekocht bij een boekenkraam op ‘Dichters in de Prinsentuin’ in Groningen
WANNEER: Aangekocht op 13 juli 2019
KAFT: Zachte kaft
UITGEVER: Uitgeverij Walter Soethoudt, Antwerpen
JAAR: 1977
BLZ.: 56

De spuuglelijke cover van de originele uitgave

TWEEDUIZENDVIJFTIEN – NACHT VAN ‘T PAFKE
Ik liep al langer met het plan – te weten: een heruitgave van Berckmans’ enige gedichtenbundel realiseren – rond, maar als Keizer van de Procrastinatie had ik een concreet zetje nodig om er eindelijk ook es werk van te maken. Dat zetje kwam er in de vorm van “De Nacht van ’t Pafke” (een literair-muzikale avond/nacht rond Berckmans in DEStudio in Antwerpen op 25 november 2015). Via Kris Verdonk kwam ik aan de contactgegevens van een van Berckmans’ zussen om toestemming voor een eenmalige herdruk te vragen. In tegenstelling tot wat sommige lui, die in mij een roofdrukker zien, nog steeds graag geloven, kreeg ik die ook en betaalde ik netjes auteursrechten aan de erven Berckmans.

De aanleiding tot de herdruk was “De Nacht”.
De reden voor mijn behoefte een herdruk op poten te zetten, was een dubbele. Ik had ooit een exemplaar van de originele uitgave in mijn bezit, maar verkocht dat, ergens tussen 2009 en 2011, (toen al) voor een redelijk belachelijk hoog bedrag (ik meen mij 350 euro te herinneren) omdat ik centen nodig had voor het een of het ander. Van die verkoop kreeg ik nadien en al gauw spijt, uiteraard, en omdat andere originele exemplaren niet te vinden waren, had ik na enkele jaren tevergeefs zoeken, stilaan mentale vrede met ‘the next best thing’: een exemplaar van een heruitgave die ik zelf wilde realiseren. Tot zover de egoïstische motieven. Altruïstischer was de wetenschap dat ik niet de enige was die naarstig op zoek was naar een exemplaar van “Tranen voor Coltrane”; ik zou dus ook talloze andere Berckmans-liefhebbers gelukkig maken.

De cover van de heruitgave uit 2015

TWEEDUIZENDEENENTWINTIG – WAT DE ZOT ER VOOR GEEFT
Anno 2021 zijn exemplaren van de heruitgave uit 2015 al even onvindbaar en gegeerd als exemplaren van de originele uitgave uit 1977 in 2015. Op Catawiki werd onlangs een heruitgave-exemplaar verkocht voor meer dan 600 euro – Berckmans is hot! Er worden waanzinnige bedragen neergeteld voor zijn werken op die veilingsite de laatste maanden. 200 à 300 euro voor de reguliere verhalenbundels is niet abnormaal, vorige week nog ruim 1000 euro voor een bibliofiele uitgave van ‘As op Jazzwoensdag,… – Stel je voor dat er een origineel exemplaar van “Tranen” in de veiling zou komen…

TWEEDUIZENDNEGENTIEN – 3,33 EUR
Ondertussen ben ik alweer bijna twee jaar in het bezit van een originele uitgave en dat dankzij “Dichters in de Prinsentuin”.
Mijn liefde voor het Groningse poëziefestival “Dichters in de Prinsentuin” was al groot; maar sinds zaterdag 13 juli 2019 is ze ondefinieerbaar groot.
Nadat ik in 2014 en 2017 al werd uitgenodigd om gedichten voor te dragen “in de loofgangen” (het randprogramma van het festival), werd ik voor de editie 2019 uitgenodigd om uit mijn debuut ‘op de rand van het zwijgen’ voor te lezen “op het theeveld” (het hoofdprogramma van het festival). Ik boekte een Airbnb-loft voor het hele weekend, pikte vrijdagavond na ’t werk mijn lief op en spoorde naar Groningen voor een weekend poëzie.

Ik kijk ieder jaar, behalve naar het programma, ook uit naar het snuisteren in de boekenkraampjes in de Prinsentuin. Er vallen keer op keer tassen vol boeken/poëzie voor weinig of geen geld weg te slepen. Dat het dat jaar niet anders zou zijn, stond als een paal boven water.

Ik was die zaterdag een uur voor aanvang van het programma op post – inschattingsfoutje – en ging dus alvast een eerste keer grasduinen. Ik had net een eerste stapeltje met 3 boeken opzij gelegd toen ik op de schouder getikt werd door Egge Knol. Deze Groningenaar en ik correspondeerden ondertussen twaalf of dertien jaar occasioneel over studentenliederen en studentenliedboeken, maar hadden elkaar nog nooit in levende lijve ontmoet. Ik nodigde hem al een keer naar de Prinsentuin uit in 2017, maar zijn dochter had dezelfde dag ook wat en dat ging – uiteraard – voor. Maar deze keer konden we elkaar dan toch es ontmoeten. Het stapeltje boeken werd opzij gelegd en achtergelaten en een fijn gesprek gevoerd tot het programma begon en ik me klaar moest houden om op te draven. Toen het eerste deel van het programma er op zat, was Egge – zoals hij vooraf had aangekondigd – alweer naar huis en kon ik mijn zoektocht langs de boekenkramen verder zetten.

De drie boeken die ik eerder – uiterst rechts op de tafel van de kraam uiterst rechts – had achtergelaten, liet ik nog even voor wat ze waren. Iets zei me namelijk dat ik dringend een blik moest werpen op de linkse kraam. Daar werd – zo bleek al snel – heel wat poëzie uit de nalatenschap van de Groningse dichter en schrijver Karel Ten Haaf verkocht; aan een tientje voor drie bundels. Ik had er al twee bibliofiele uitgaafjes, wat oude “De Contrabas”-uitgaven van bevriende dichters ACG Vianen en Philip Meersman en nog wat ‘hier ben ik wel benieuwd naar’-bundels uitgeplukt toen mijn oog op een cover in het lelijkste blauw ter wereld viel.

Mijn hart sloeg een tel of twee over: ik herkende dat blauw!
Een blik rechts van me.
Een blik links van me.
Nope, niemand anders die zijn of haar oog er op had laten vallen.
Een blik op het lelijke blauw.
Yep, ook ABBA stond er op.
Een blik op het, met zwarte stift en de hand geschreven, kartonnen bordje.
Ja, hoor: 3 boeken voor 10 euro.
Een blik terug naar het boek.
De gedachte dat ik niet moest gaan schreeuwen of dansen of huppelen.
Nee…ik mocht vooral niets laten merken.
Ik moest vooral doen alsof het de banaalste zaak ter wereld was dat je na jàren zoeken dadelijk voor 3,33 euro J.M.H. Berckmans’ “Tranen voor Coltrane” op de kop ging tikken.

Nadat ik het Berckmansboekje aan mijn stapeltje had toegevoegd, probeerde ik nog wat verder te grasduinen, maar alle ruggen gingen als in een waas aan mij voorbij.
Dit had geen zin meer. Ik plooide mijn gezicht in mijn beste poker face, stak de verkoper mijn stapel boeken toe, rekende af & haastte me terug richting mijn stoel.

Daar pas merkte ik op dat de bundel ook gesigneerd was door Berckmans; dat deed hij op 22 april 1998, ruim 16 jaar nadat Karel ten Haaf het boekje in november 1981 aanschafte of cadeau kreeg.

Ten Haaf schreef in 2015 een stuk op Tzum – dat je hier kan lezen – over hoe en waar Berckmans de bundel signeerde.

Optreden op ’t Theeveld én een onvindbare Berckmansbundel vinden, die bovendien gesigneerd is, uit de bibliotheek van Karel komt en dat voor het bespottelijke bedrag van 333 eurocenten? Een dag met een gouden randje, inderdaad!

Standaard
bibliofiel, boek, BS&E, fotografie, poëzie

als een verdwaald personage (Pernath / Van Den Boom)

WIE: Hugues C. Pernath / Raoul Van Den Boom
WAT: als een verdwaald personage
WAAR: Aangekocht via Catawiki
WANNEER: Aangekocht op 26 december 2018
KAFT: harde kaft / losbladig
UITGEVER: Jef Meert
JAAR: 2004

HUGUES C. PERNATH
Ik zou er niet aan gedacht hebben als Patrick Conrad er niets van gezegd zou hebben op zijn Facebookpagina: “46 jaar geleden, op 4 juni 1975, stortte mijn vriend Hugues C. Pernath in elkaar op de trap van de Antwerpse privéclub V.E.C.U.”
Hugues C. Pernath (pseudoniem van Hugo Wouters; 15 augustus 1931 – 4 juni 1975) was dichter, dandy, medestichter van het spraakmakende Antwerpse tijdschrift ‘Gard Sivik’ en lid van het Pink Poets-genootschap.
Als dichter behoort hij tot de tweede lichting van de Vlaamse experimentelen, de Vijfenvijftigers.

RAOUL VAN DEN BOOM
Raould Van Den Boom (°1931) is een Antwerpse beeldende kunstenaar en fotograaf die vooral gekend is om zijn portretten van muzikanten, schrijvers en andere kunstenaars.

VERDWAALD PERSONAGE
In het colofon van deze uitgave lezen we dit:

“Als een verdwaald personage,
zeven originele foto’s van Raoul Van Den Boom,
van de negatieven afgedrukt op mat fotografisch Kentmore
en elk afzonderlijk door de fotograaf gesigneerd,
vergezeld van een “herinnering” aan Pernath en van het gedicht uit 1974
“Ook ik dool, als een verdwaald personage”,
verscheen in november 2004 in opdracht van
Uitgeverij Jef Meert in een oplage van
25 exemplaren, genummerd van 1 tot 25 en
5 exemplaren voorbehouden aan auteur en medewerkers,
genummerd van I tot V”

Mijn exemplaar is nummer 1.

Het is een losbladige uitgave in een grijze, linnen, harde kaft die opgeborgen is in een grijs, linnen foedraal.

HERINNERING
De herinnering, samengesteld door Jef Meert naar gesprekken met Raoul Van Den Boom, klinkt ongeveer zo: “In de vroege jaren zestig fotografeerde ik Pernath een aantal keren op recepties en vernissages en leerde hem ook beter kennen. Naast mijn werk om den brode als modefotograaf en mijn opdrachten voor magazines maakte ik in die periode op eigen initiatief honderden foto’s van jazzvirtuozen en ook van kunstenaars en schrijvers. Ik fotografeerde de eerste Antwerpse happenings en verder zowat alle openingen van tentoonstellingen die achteraf legendarisch geworden zijn, maar toen niet altijd op grote belangstellingen mochten rekenen, zeker niet van de pers […] Zoals bekend was Hugues Pernath hierbij nadrukkelijk aanwezig. In de herfst 1964 spraken we af om portretfoto’s van hem te maken. Hij koos hiervoor zelf de locatie: de Calvarieberg van de Sint-Pauluskerk in Antwerpen. Er spreekt een onmiskenbare melancholie uit deze fotoreeks, een melancholie die in grote mate eigen was aan Pernath en ook in zijn gedichten terug te vinen is […] De ‘werkkamer- en poezenfoto’s’ zijn in 1965 [genomen] in zijn huis aan de Ommeganckstraat. Ondanks zijn enigszins vervreemd, vereenzaamd bestaan in die periode, geven de beelden toch ook de indruk van een grote artistieke zelfzekerheid”

Standaard
bibliofiel, boek, poëzie

DASH van Ben Klein & vechtende Pink Poets in een circus in Turnhout

WIE: Ben Klein
WAT: DASH
WAAR: Aangekocht bij antiquariaat De Slegte in Antwerpen
WANNEER: Aangekocht in april 2021
KAFT: Geniet
UITGEVER: uitgave in eigen beheer
JAAR: 1975
BLZ.: 42

SCHRIJVERSGEWIJS
“Mijn dank voor de informatie m.b.t. DASH van Ben Klein, een waardevolle aanvulling. Met Ben Klein blijft het gissen. Van DASH had ik nog niet gehoord. Van een aantal andere bundels of publicaties is alleen de titel aangespoeld. Uitdagend is het wel en als er eentje boven water komt, is dat altijd reden voor een vreugdevuur”, schreef Jan Venderickx – drijvende kracht achter de website schrijversgewijs.be – in zijn antwoord op de e-mail die ik hem onlangs stuurde.
‘Schrijversgewijs’ is voor mij een speeltuin waar ik graag kind aan huis ben. Ik ontdek er graag obscure dichters en/of obscure werkjes van bekende dichters – de bibliografische informatie op ‘Schrijversgewijs’ is, in tegenstelling tot die op andere literaire sites of pagina’s, uitermate volledig – als ze al niet exhaustief is – en correct. Dat DASH – mijn nieuwste aanwinst voor de Ben Klein-collectie – niet opgelijst werd op de website verbaasde mij evenzeer als het mij verheugde – het kon alleen betekenen dat ik een werkelijk obscuur uitgaafje van een redelijk obscure Antwerpse experimenteel in handen had.
Ik contacteerde Venderickx om hem beeldmateriaal en informatie ter aanvulling van de informatie over Klein te bezorgen; die werd ondertussen ook opgenomen zoals je hier kan zien.

DASH
De inhoud van deze geniete uitgave in eigen beheer van Ben Klein is redelijk gevarieerd. DASH bevat oplijstingen van (literaire) performances en publicaties van Ben Klein uit het verleden (i.e. voor mei 1975), ideeën voor eventuele toekomstige (literaire) performances, (proza)gedichten en aforismen, 4 zwart-witfoto’s van de hand van Ben Klein van ‘details uit de publieke ruimte’ (een gevel van een bank, gebroken stoeptegels, een detail van een keldergat, een detail van een deksel op een riool of put), een (fictieve?) brief aan de gemeentesecretaris van Drongen in verband met een autokerkhof dat Klein zag toen hij met de trein door de gemeente reed en ook notities van/voor een tentoonstelling.
Maar DASH opent met een tekst die Ben Klein op 3 mei 1975 voorlas tijdens de poëziemanifestatie “Poëzie in het Circus” in Turnhout.
Ik was al erg in mijn nopjes met de aanschaf van dit werkje, maar ik werd helemaal blij bij de ontdekking van het feit dat er in 1975 in Turnhout – waar ik in 1974 geboren werd en twee decennia lang getogen ben – een groot poëzie-evenement had plaatsgevonden.

POËZIE IN HET CIRCUS
Exact een maand geleden mailde ik het archief van Turnhout met de vraag welke informatie zij in het archief ter beschikking hebben over dit evenement. Exact een maand later heb ik nog geen antwoord – zelfs geen bevestiging van ontvangst van mijn e-mail – gekregen, dus moet ik het voorlopig stellen met de minimale informatie die ik online kan terugvinden.

Cees van Raak schreef voor Bzzlletin (Jaargang 23, 1993-1994, Nummer 213) een artikel over Tymen Trolsky (pseudoniem van de Tilburgse dichter Jasper Mikkers). Daarin schrijft hij het volgende:
“De eerste mei van dat jaar [van Raak vergist zich van datum; het evenement vond plaats op 3 mei 1975; AW] vierde men in Turnhout met de manifestatie “Poëzie in het Circus” […] Voordat Trolsky, Van de Ven [bedoeld wordt de Tilburgse dichter Jace Van de Ven; AW] en enkele kornuiten zich met de andere dichters in een processie, compleet met kamelen, van het stadhuis naar de circustent [die naast het CC De Warande opgesteld gestaan moet hebben; AW] begaven, legden ze een bezoekje af bij De Slegte. Daar schaften ze zich dichtbundels van de collega’s aan om vervolgens deze werken tijdens het Trolsky-optreden de zaal in de laat vliegen onder het uitroepen van kreten als: “Te licht bevonden! Slechte poëzie! Da’s ook al niks!” Uiteraard werd niet in dank afgenomen, met name Patrick Conrad kreeg het te kwaad toen ook zijn bundel in het publiek terechtkwam.”

Eric Antonis, de gewezen directeur van CC De Warande, schreef in een tekst voor de tentoonstelling “Turnhout Terminus – Turnhout Centraal” in 2012 het volgende:
“Eén keer, op 3 mei 1975, liep het bijna uit de hand, tijdens de nacht van de poëzie in het circus, toen het Davidsfonds zijn honderdjarig bestaan vierde. Ze waren er haast allemaal, Paul Snoek, Hugo Raes, Rutger Kopland, Marcel Van Maele en de Pink Poets, toen nog met Hugues C. Pernath en Albert Soukalski [sic]. Midden in de nacht, tijdens een optreden van de Pink Poets, ontstond een massale vechtpartij en we dachten even dat het gebouw het zou begeven. Toen kwam Drs. P, speelde heen en weer, en de rust kwam terug. Het was al licht toen we het gebroken glas bij mekaar veegden…”

Dichter Willem M. Roggeman schreef een verslag over “Poëzie in het Circus” voor het literaire tijdschrift “’t Kofschip-ZonderMeer” (1975, nummer 2). Het verslag zelf vond ik niet terug online, maar de titel geeft duidelijk de essentie van Roggemans visie op het gebeuren mee: “Poëzie in het Circus toonde dichters als mislukte clowns”

EDITIE 2025
Terwijl ik op antwoord van het stadsarchief wacht, neem ik al eens contact op met Conrad, Mikkers en Van de Ven – wellicht kunnen ze mij nog meer informatie bezorgen – en ook met CC De Warande, de cultuurschepen van Turnhout en het Turnhoutse dichterscollectief Dichterbij – in 2025 zal het 50 jaar geleden zijn dat “Poëzie in het Circus” plaats vond; een ideale aanleiding om een nieuwe editie te organiseren met de originele dichters die nog leven, met de talloze dichters met Turnhoutse roots en andere gasten.

Standaard
boek, brieven / correspondenties

Willem Kloos als voetfetisjist

WIE: Willem Kloos & Jeanne Reyneke van Stuwe
WAT: Liefdesbrieven gewisseld tusschen Willem Kloos en Jeanne Reyneke van Stuwe van juni 1898 tot 7 september 1899
WAAR: Aankoopplaats ongekend
WANNEER: Aangekocht in december 2007
KAFT: harde kaft
UITGEVER: H.P. Leopold’s Uitgeversmaatschappij
JAAR: 1927
BLZ.: 706

VOYEURISTISCH GRASDUINEN
Ik kocht dit boek eind 2007 niet omdat ik een grote Kloos-aficionado ben, wel omdat ik met veel gretigheid correspondenties lees en omwille van het prachtige blinddrukportret van de dichter en zijn geliefde op de kaft. Maar als mij sindsdien naar mijn favoriete boeken gevraagd wordt, dan worden deze liefdesbrieven tussen Opper-Tachtiger Willem Kloos en zijn (latere) echtgenote steevast mee opgelijst.
In de 13,5 jaren die passeerden sinds de aankoop las ik het boek nog nooit helemaal, van voor naar achter uit. Eens in de zoveel tijd trek ik het uit de boekenkast om voyeuristisch te grasduinen, te lezen, te genieten en vooral vaak te glimlachen: de stijl van deze brieven is anno 2021 compleet ‘over the top’, de doldwaze verliefdheid spat van de pagina’s af en de quasi-puberale geilheid druipt dusdanig tussen de regels door dat het bij momenten wel een pastische lijkt als je niet beter zou weten.

VOETFETISJISME

Aanvankelijk was de correspondentie tussen Willem en Jeanne van professionele/zakelijke aard; zij correspondeerden over literaire bijdragen voor de Nieuwe Gids, maar al gauw wordt de correspondentie met een amoureuze, lustvolle saus overgoten.
Een van de eerste echte liefdesbrieven van Kloos bevat volgende enigszins kinky passage :

Ik heb je zoo lief, dat het liefste wat ik zou willen doen dit is: Ik zou voor je willen gaan liggen op den grond, met de handen voor mijn gezicht, en dan wou ik zoo verschikkelijk graag, dat jij mij trapte en sloeg met je aanbiddellijke voetjes en handjes, tot je mij pijn deê. Als dit gebeurde en ik voelde de pijn, dan zou ik plotseling je goddellijke voetjes in mijn beide handen grijpen en ze kussen, lang en wild alsof ik ze op at.

Willem Kloos als voetfetisjist; zou iemand daar al onderzoek naar gedaan hebben?

Standaard
boek, boeken over boeken, non-fictie

Een verzameling boeken is een masturbatiefenomeen

WIE: Umberto Eco & Jean-Claude Carrière
WAT: Zo makkelijk kom je niet van boeken af – gesprekken over boeken
WAAR: Aankoopplaats ongekend
WANNEER: Aangekocht in februari 2011
KAFT: zachte kaft
UITGEVER: De Bezige Bij
JAAR: 2011
BLZ.: 285

ECO: “Een verzameling boeken is een masturbatiefenomeen, het is een solitaire bezigheid, en je treft zelden mensen die je passie kunnen delen. Als je heel mooie schilderijen bezit, komen de mensen ze bij je bewonderen. Maar je zult nooit iemand treffen die echt belangstelling heeft voor je verzameling oude boeken. Ze begrijpen niet waarom je zo veel belang hecht aan een klein boekje zonder enige aantrekkingskracht, en waarom het je jaren van zoeken heeft gekost.”

CARRIERE: “Ter rechtvaardiging van onze afkeurenswaardige neiging zou ik zeggen dat je met het originele boek een bijna persoonlijke band kunt hebben. Een bibliotheek is iets als gezelschap, een groep levende vrienden, individuen. Als je je een beetje eenzaam voelt, een beetje bedrukt, kun je je tot hen wenden. Ze zijn er.”

Standaard
poëzie, regen jaagt weer, typocscript

Regen jaagt weer (#008) – Der Führer? (December 1942)

VOORAF
In april 2018 kocht ik op Catawiki een kavel met 139 (oorlogs)gedichten van een onbekende dichter. De gedichten – in manuscript en typoscript – werden geschreven tussen 18 juni 1937 en 15 september 1947. De meeste gedichten zijn in het Nederlands (of Nederlands dialect) geschreven, 8 gedichten zijn in het Duits geschreven. Meer details over het kavel vind je in deze blogpost.
In deze reeks “regen jaagt weer”-blogposts ontsluit ik de typoscripten/manuscripten/gedichten een voor een.
Om alle blogpost uit de reeks te lezen: klik in het menu op de categorie “regen jaagt weer”.

VRAAGTEKEN
Het gedicht “Der Führer?” – let op het vraagteken in de titel – is een van de 8 Duitstalige gedichten uit het kavel.
Het gedicht is gedateerd “December 1942” en getypt op een blaadje dat in de rechterbovenhoek genummerd is met 327 (hoewel er oorspronkelijk misschien 324 gestaan heeft).
De dichter kruipt in dit gedicht in de huid van de Fürher en vertelt summier het verhaal van diens evolutie van eenvoudige frontsoldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog tot Führer van nazi-Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Op 12 december 1942 begon het Duitse leger aan ‘Unternehmen Wintergewitter’ (Operatie Winterstorm) die stilaan het einde van de Slag om Stalingrad inluidde. Enkele weken eerder waren circa 300.000 soldaten van het Duitse leger nabij Stalingrad ingesloten door de Russische troepen. Met deze operatie werd geprobeerd om de Duitse troepen te ontzetten. Zonder succes, het Duitse leger werd letterlijk en figuurlijk afgeslacht en op 2 februari 1943 gaven de laatste overlevenden zich over aan het Russische leger. De Slag om Stalingrad zou een kantelmoment in de oorlog blijken.
De laatste twee strofen van het gedicht mogen in deze context als ironisch en spottend gelezen worden.

VERTALING
Ik vertaalde het gedicht als volgt:

De Führer?

Ik was een onbekende,
ik was een anonieme,
eenvoudige soldaat.

De oorlog sloeg veel wonden,
aan gifgas haast bezweken,
hield ik me toch paraat.

Daartoe was ik een speurneus
en werd daardoor een leider
van de Groot-Duitse staat.

Ik werd een der profeten,
wat niemand deed – ik deed het,
ik gaf gul goede raad.

Mijn woorden maakten machtig,
in grot’ en kleine oren
daar plantte ik ’t zaad.

Met nieuwe, frisse modes,
brachten ze heel veel doden,
die vielen vroeg of laat.

Mijn hoogtepunt zou blijken,
deed elk verhaal verbleken,
was ’t verre Stalingrad.

Nog enk’le van die zeges,
dan is de oorlog over,
dat wordt mijn grootste daad.

Standaard