oud-docenten tegen ’t lijf lopen op papier

Het juryverslag van de SchrijvesAcademie waar ik gisteren al naar verwees, heeft een nieuw interesse- & verzamelgebied blootgelegd. Of beter: een oude interesse opnieuw blootgelegd & daardoor een nieuw verzamelgebied aangeboord.

“De jury plaatst deze bundel in de traditie van het zoeken naar verstilling en bespiegeling. Daarbij merkt men echo’s van diverse canonieke dichters – iemand ziet in de keuze voor heldere poëzie die de doodsthematiek niet schuwt, zelfs hier en daar omarmt, een reminiscentie aan Jotie T’Hooft – en  men merkt tegelijk ook verwantschap met een dichter als Andy Fierens. De gebruikte stijlmiddelen (alliteraties, herhalingen, opsommingen, …) plaatsen hem ook in een mondelinge poëzietraditie.”

De verwijzing naar Fierens ligt, om verschillende redenen, voor de hand. De reminiscentie aan T’Hooft kwam als een (aangename) verrassing.

Toen ik de poëzie ontdekte – De Oostakkerse Gedichten van Claus & De Zwarte Jager van Deelder zijn de eerste bundels die ik me bewust herinner, verder was ik in die dagen dol op De Coninck, Morriën & Jotie – was T’Hooft een van mijn favorieten. Ik was stellig ook van plan jong te debuteren, maar had wel plannen om minstens 27 te worden. Dat tweede is me aardig gelukt. Dat debuteren blijft op de bucket list.

De interesse voor T’Hooft vervaagde met de jaren, doofde eigenlijk zelfs uit, maar kwam weer op waakvlamniveau toen ik vorig jaar of twee jaar geleden de mooie zwart-paarse uitgave van zijn Verzameld Werk kocht.

Dat ene zinnetje uit het juryverslag – dat ik onlangs nog es ter hand nam omdat ik na de zomervakantie, na een sabatjaar waarin de job voorrang kreeg, aan mijn afrondende manuscriptjaar op de SchrijversAcademie wil beginnen – heeft de nieuwsgierigheid naar deze dichter (ik meen me te herinneren dat ik ‘m als prozaschrjiver niet lustte) weer stevig aangewakkerd.

Omdat ik zjin Verzamelde Werk al in de kast heb staan, is het mijn voornemen om mij verzameldriftgewijze eerst op de secundaire literatuur te storten terwijl ik me door het VW (her)lees.

Bij antiquariaat Hopi Bukinan bestelde ik twee exemplaren van het (Vlaamse) literair-historisch tijdschrift Zacht Lawijd (dat ik eigenlijk al een jaar of 3 ken ondertussen, maar waarop ik pas vandaag – overtuigd door de twee exemplaren uit 2007 & 2011 die de postbode vandaag in de brievenbus stak – een abonnement nam) met daarin 2 artikelen over T’Hooft: eentje over een exemplaar van Junkieverdiet met daarin een uitgebreide opdracht van Jotie & echtgenote Ingrid aan de (Duits-Amerikaanse) zangeres Nico & eentje over Joties heteroniem Charles-Louis D’Haene.

In dat laatste artikel kwam ik mijn oud-docent (aan de lerarenopleiding in Turnhout) Nederlands tegen. Ik wist dat hij Jotie gekend had,  maar niet dat ze samen het tijdschrift Restant gerund hadden.

januyttendaele

Op deze foto van de redactie van Restant bij het artikel – uit de collectie van het Letterenhuis – die van circa 1975 is, staan van links naar rechts: Jotie T’Hooft, Luk de Vos, Hedwig Speliers, Jan Uyttendaele (de oud-docent) & Jean-Marie Maes. De oud-docent was in die dagen ook (hoofd)redacteur van het tijdschrift Hagelslag.

koimaomai (werktitel)

dk01Uit het juryverslag van het manuscript waar ik de voorbije twee jaar aan schreef op de SchrijversAcademie: “de thema’s van identiteit en dood komen telkens terug“.

En ook: “heldere poëzie die de doodsthematiek niet schuwt, zelfs hier en daar omarmt“.

Dat, zo moest ik zelf vaststellen, klopt als een zwerende vinger; hoewel de thematiek er eerder toevallig of in ieder geval onbewust ingeslopen is.

Opmerkelijke bijkomende vaststelling: binnen de thematiek is er – alweer behoorlijk onbewust – in het manuscript, maar ook in gedichten die er niet in opgenomen werden, focus op het ontslapen kind.

In die mate zelfs dat er voldoende reden is om er een nieuwe bibliofiele uitgave rond op te bouwen. Ik denk ‘losbladig cahier’, ‘rood & zwart’ of ‘blauw & zwart’, ‘linogravures’, ‘garamond’, ‘(opnieuw) de pers van Marc Gerené’ & ‘(opnieuw) slechts 20 exemplaren’.

Werktitel: koimaomai – Grieks voor (in)slapen / sterven.

Op de hoogte blijven? Alvast bestellen? Gillen richting info@akimwillems.be !

 

 

catawiki

Mijn verhouding met Catawiki laat zich ’t best omschrijven met een lyric van The Pretenders: it’s a thin line between love & hate.

Vandaag zitten we weer bij dat laatste sentiment.

Ik heb me al vaker afgevraagd in hoeverre de vakkennis van sommige van hun veilingmeester verder reikt dan wat er via Google online te vinden is. En zelfs dan nog slagen ze er blijkbaar niet altijd in om het volledige plaatje samen te puzzelen.

Er staat momenteel een bibliofiele uitgave / een kunstwerk van JMH Berckmans & Albert Szukalski te koop op Ebay. Opnieuw te koop – enkele jaren geleden greep ik er helaas al es naast. Vraagprijs: net geen 1.800 EUR. Dat is een behoorlijk aantal duiten die ik niet zomaar ophoest. Dus lag ik twee nachten wakker van de vraag of ik dan maar mijn uiterst zeldzame eerste druk (mét ets van Hans Bellmer) van Histoire d’O moest verpatsen om die aankoop te financieren (& er nog wat centen aan over te houden).

Ik waagde het er op & bood het werk aan op Catawiki. De ‘reserve price’ stelde ik in op 5.500 EUR.

Het verdict van de veilingmeester: dat feest ging niet door; de ‘reserve price’ mocht maximaal 800 EUR bedragen.

Zijn hoofdargument om dat te staven: slechts 1 soortgelijke veiling bij slechts 1 ander veilinghuis waar er afgeklopt werd op 1000 à 1.200 EUR (waarlijk een koopje – er gaan minder schaarse exemplaren zonder de ets voor ettelijke honderden euro’s over de toonbank – ik zou ’t er meteen voor neertellen als ik al niet een exemplaar had & de cash had).

Mijn tegenargument dat “1 soortgelijke veiling bij slechts 1 ander veilinghuis” nogal mager uitvalt als – de verwachte, maar duidelijk niet ingevulde – professionele & gedocumenteerde besluitvorming, werd slechts beantwoord met de stelling dat het wel “het grootste veilinghuis in de wereld was”. Geen idee of dat klopt, zelf had ik nog nooit van Drouot in Parijs gehoord, maar dan ken ik toch een aantal kleinere veilinghuizen die blijkbaar meer verstand van veilen hebben, want die genereren het vijf- tot tienvoud.

 

lenteschoonmaak

de voorbije twee weken hard gewerkt in huis.
het atelier werd uitgemest & gereorganiseerd. mijn bureau verhuisde naar daar; binnenkort werk ik 3 maanden lang 5 dagen per week van thuis uit & dat doe ik liever niet in de ruimte waar ik ook tot rust wil komen.
dit weekend werd de bib – die nu dus nog alleen bib is & geen werkruimte meer – uitgemest & herschikt.
er ontbreekt nog slechts een barkast & een wandtafeltje, maar verder is het bijna perfect zo.
ik zoek mijzelf een boek & trek mij daar terug.
doei!

sus scrofa domesticus

tonnen studentica. een overdaaad aan erotica. en tegenwoordig – ik kocht de voorbije 2.5 jaren ongeveer 500 bundels en/of verzamelde werken – ook een hoorn des overvloeds aan poëzie.
maar, zo bedacht ik me vorige week terwijl ik op catawiki grasduinde & mijn nieuwe vriend voor het leven mijn blikveld kruiste, er ontbreekt nog een wetenschappelijke toets.
varkentje
dat probleem is bij deze opgelost. en de nieuwe aanwinst past ook mooi in de studentica-collectie, want dit doodgeboren biggetje komt uit de pathologische-anatomische collectie van de (ondertussen opgeheven) veeartsenijschool in anderlecht.

kousen wassen

ik bestelde op oudjaar een aantal poëziebundels van marc pairon – hoe ik daartoe kwam, vertel ik binnenkort in een nieuwe ‘dingen die je tussen tweedehandsboeken vindt’-blogpost – en die werden vanmiddag geleverd.

in de bundel ‘kousen wassen’ trof ik op de plaats waar pagina’s 43 & 44 zouden moeten zitten dit aan:


een uitgesneden bladzijde. en een lichtblauw, vergé blaadje – onderaan genummerd als pagina’s 43 & 44 – met op de achterzijde de (volledige) tekst van het gedicht ‘verdict’, maar op de voorzijde – daar waar het gedicht ‘ik’ zou moeten staan volgens de inhoudstafel – slechts, in kapitalen, het woord ‘SIGNET’.

dat zijn dingen waar ik extreem nieuwsgierig van word. was dit de bedoeling? zo ja, wat was de achterliggende gedachte dan? zo nee, wie sneed die bladzijde uit? en waarom? en wie ‘herstelde’ de bundel met het blauwe blaadje? en waarom? en is ‘SIGNET’ dan werkelijk de volledige tekst van het ‘ik’-gedicht? & zo voort & zo verder.

ook daar vertel ik binnenkort hopelijk meer over in een nieuwe ‘dingen die je tussen tweedehandsboeken vindt’-blogpost. als de dichter in kwestie mijn email van vanavond beantwoord heeft en/of als ik wat meer speurwerk heb kunnen doen.

stay tuned!