Bibliophilie (Paul Verlaine)

Paul-Verlaine

Le vieux livre qu’on a lu, relu tant de fois !
Brisé, navré, navrant, fait hideux par l’usage,
Soudain le voici frais, pimpant, jeune visage
Et fin toucher, délice et des yeux et des doigts.

Ce livre cru bien mort, chose d’ombre et d’effrois,
Sa résurrection « ne surprend pas le sage ».
Qui sait, ô Relieur, artiste ensemble et mage,
Combien tu fais encore mieux que tu ne dois.

On le reprend, ce livre en sa toute jeunesse,
Comme l’on reprendrait une ancienne maîtresse
Que quelque fée aurait revirginée au point ;

On le relit comme on écouterait la Muse
D’antan, voix d’or qu’éraillait l’âge qui nous point :
Claire à nouveau, la revoici qui nous amuse.

+++

Het oude boek dat jij al zó vaak hebt herlezen!
Geknakt, mismaakt, gebroken in gebruikte staat.
Ziedaar, het heeft ineens een sprankelend gelaat,
Het voelt weer zacht en oogt in fijnheid onvolprezen.

Dit dood gewaande boek, dit duister, treurig wezen,
Herrees – voor ingewijden geenszins wonderbaar:
Zij weten, Binder, magiër en kunstenaar,
Hoezeer je jouw sublieme kunde hebt bewezen.

Je neemt het boek, in al zijn prilheid, weer ter hand,
Alsof een eens beminde op je schoot belandt,
Dankzij een goede fee hermaagd teruggekeerd.

Je leest alsof je weer de stem der Muze hoort,
Voorheen welluidend, door de wrede tijd verweerd:
Wij worden door haar klaarheid andermaal bekoord.

[Vertaling: Martin Hulsenboom; in: Paul Verlaine; Biblio-sonnetten; Stichting Cultureel Brabant (Tilburg); 2016]

Dylan Thomas op vinyl

Hoe kom je er bij om X, Y of Z te gaan verzamelen, werd & wordt mij wel es gevraagd.
Wel…hoe lopen die dingen?
Meestal gebeurt dat stomtoevallig.
In het geval van ‘Dylan Thomas op vinyl’ ging dat zo:

Op 18 januari jl. had ik een eerste afspraak bij mijn diëtiste. De 12 voorafgaande maanden was mijn gewicht in sneltempo 7,5 kilogram gestegen. Toen ik op nieuwjaarsochtend op de weegschaal ging staan, schreeuwde die luid & duidelijk OBEES!
Een & ander had, behalve op mijn ijdelheid, vooral een negatieve invloed op mijn nachtrust. De apneu swingde de pan uit & ik ging als een zombie door de dag.
Er moest dus dringend & rigoureus ingegrepen worden & daarom startte ik onder haar begeleiding met een ‘proteïneshakedieet’.
Het kost een rib uit je lijf, maar het is wel efficient.
En vooral: geen greintje honger.
De bemoedigende resultaten leiden er, na een maand, toe dat ik opnieuw dagelijks aan het sporten ging: aanvankelijk kwartiertjes op de crosstrainer, ondertussen – 3 weken verder – 45 à 60 minuten per dag.
Om die, toch wel redelijk saaie bezigheid, wat op te leuken, kijk ik terwijl ik op het fitnesstoestel sta online naar documentaires.
Voorbije zondag passeerde er eentje over Dylan Thomas en hoe die, eerder toevallig dan doelbewust, vinylplaten ging opnemen met zijn verhalen en poëzie. Volgens de documentaire was hij daarmee de initiator van het ‘audioboek’, maar dat is natuurlijk onzin; alvast Vachel Lindsay was hem daarin circa 30 jaar voor.
Het label waar Dylan opnam – Caedmeon Records – werd gerund door twee net afgestudeerde jongedames: Barbara Holdridge and Marianne Roney & Dylans “A Child’s Christmas in Wales & 5 poems” (Caedmeon – TC 1002; ook wel: “Dylan Thomas Reading Vol. 1”) was de eerste opname die zij maakten & uitgaven.
Dat vond ik wel een charmant verhaal.
& dus kocht ik vanavond alvast 5 Caedmeon-Dylan-lp’s om de collectie op gang te trappen + 1 ‘hommage to Dylan’-lp van Richard Burton (de man die bij de tweede opname van ‘Under Milk Wood’, in 1954 voor BBC Radio, de hoofdvertelstem was; Dylan nam die honeurs in 1953 voor de eerste opnames bij Caedmeon zelf waar.

Zo kom je daar dus bij & zo lopen die dingen.

oud-docenten tegen ’t lijf lopen op papier

Het juryverslag van de SchrijvesAcademie waar ik gisteren al naar verwees, heeft een nieuw interesse- & verzamelgebied blootgelegd. Of beter: een oude interesse opnieuw blootgelegd & daardoor een nieuw verzamelgebied aangeboord.

“De jury plaatst deze bundel in de traditie van het zoeken naar verstilling en bespiegeling. Daarbij merkt men echo’s van diverse canonieke dichters – iemand ziet in de keuze voor heldere poëzie die de doodsthematiek niet schuwt, zelfs hier en daar omarmt, een reminiscentie aan Jotie T’Hooft – en  men merkt tegelijk ook verwantschap met een dichter als Andy Fierens. De gebruikte stijlmiddelen (alliteraties, herhalingen, opsommingen, …) plaatsen hem ook in een mondelinge poëzietraditie.”

De verwijzing naar Fierens ligt, om verschillende redenen, voor de hand. De reminiscentie aan T’Hooft kwam als een (aangename) verrassing.

Toen ik de poëzie ontdekte – De Oostakkerse Gedichten van Claus & De Zwarte Jager van Deelder zijn de eerste bundels die ik me bewust herinner, verder was ik in die dagen dol op De Coninck, Morriën & Jotie – was T’Hooft een van mijn favorieten. Ik was stellig ook van plan jong te debuteren, maar had wel plannen om minstens 27 te worden. Dat tweede is me aardig gelukt. Dat debuteren blijft op de bucket list.

De interesse voor T’Hooft vervaagde met de jaren, doofde eigenlijk zelfs uit, maar kwam weer op waakvlamniveau toen ik vorig jaar of twee jaar geleden de mooie zwart-paarse uitgave van zijn Verzameld Werk kocht.

Dat ene zinnetje uit het juryverslag – dat ik onlangs nog es ter hand nam omdat ik na de zomervakantie, na een sabatjaar waarin de job voorrang kreeg, aan mijn afrondende manuscriptjaar op de SchrijversAcademie wil beginnen – heeft de nieuwsgierigheid naar deze dichter (ik meen me te herinneren dat ik ‘m als prozaschrjiver niet lustte) weer stevig aangewakkerd.

Omdat ik zjin Verzamelde Werk al in de kast heb staan, is het mijn voornemen om mij verzameldriftgewijze eerst op de secundaire literatuur te storten terwijl ik me door het VW (her)lees.

Bij antiquariaat Hopi Bukinan bestelde ik twee exemplaren van het (Vlaamse) literair-historisch tijdschrift Zacht Lawijd (dat ik eigenlijk al een jaar of 3 ken ondertussen, maar waarop ik pas vandaag – overtuigd door de twee exemplaren uit 2007 & 2011 die de postbode vandaag in de brievenbus stak – een abonnement nam) met daarin 2 artikelen over T’Hooft: eentje over een exemplaar van Junkieverdiet met daarin een uitgebreide opdracht van Jotie & echtgenote Ingrid aan de (Duits-Amerikaanse) zangeres Nico & eentje over Joties heteroniem Charles-Louis D’Haene.

In dat laatste artikel kwam ik mijn oud-docent (aan de lerarenopleiding in Turnhout) Nederlands tegen. Ik wist dat hij Jotie gekend had,  maar niet dat ze samen het tijdschrift Restant gerund hadden.

januyttendaele

Op deze foto van de redactie van Restant bij het artikel – uit de collectie van het Letterenhuis – die van circa 1975 is, staan van links naar rechts: Jotie T’Hooft, Luk de Vos, Hedwig Speliers, Jan Uyttendaele (de oud-docent) & Jean-Marie Maes. De oud-docent was in die dagen ook (hoofd)redacteur van het tijdschrift Hagelslag.

koimaomai (werktitel)

dk01Uit het juryverslag van het manuscript waar ik de voorbije twee jaar aan schreef op de SchrijversAcademie: “de thema’s van identiteit en dood komen telkens terug“.

En ook: “heldere poëzie die de doodsthematiek niet schuwt, zelfs hier en daar omarmt“.

Dat, zo moest ik zelf vaststellen, klopt als een zwerende vinger; hoewel de thematiek er eerder toevallig of in ieder geval onbewust ingeslopen is.

Opmerkelijke bijkomende vaststelling: binnen de thematiek is er – alweer behoorlijk onbewust – in het manuscript, maar ook in gedichten die er niet in opgenomen werden, focus op het ontslapen kind.

In die mate zelfs dat er voldoende reden is om er een nieuwe bibliofiele uitgave rond op te bouwen. Ik denk ‘losbladig cahier’, ‘rood & zwart’ of ‘blauw & zwart’, ‘linogravures’, ‘garamond’, ‘(opnieuw) de pers van Marc Gerené’ & ‘(opnieuw) slechts 20 exemplaren’.

Werktitel: koimaomai – Grieks voor (in)slapen / sterven.

Op de hoogte blijven? Alvast bestellen? Gillen richting info@akimwillems.be !

 

 

catawiki

Mijn verhouding met Catawiki laat zich ’t best omschrijven met een lyric van The Pretenders: it’s a thin line between love & hate.

Vandaag zitten we weer bij dat laatste sentiment.

Ik heb me al vaker afgevraagd in hoeverre de vakkennis van sommige van hun veilingmeester verder reikt dan wat er via Google online te vinden is. En zelfs dan nog slagen ze er blijkbaar niet altijd in om het volledige plaatje samen te puzzelen.

Er staat momenteel een bibliofiele uitgave / een kunstwerk van JMH Berckmans & Albert Szukalski te koop op Ebay. Opnieuw te koop – enkele jaren geleden greep ik er helaas al es naast. Vraagprijs: net geen 1.800 EUR. Dat is een behoorlijk aantal duiten die ik niet zomaar ophoest. Dus lag ik twee nachten wakker van de vraag of ik dan maar mijn uiterst zeldzame eerste druk (mét ets van Hans Bellmer) van Histoire d’O moest verpatsen om die aankoop te financieren (& er nog wat centen aan over te houden).

Ik waagde het er op & bood het werk aan op Catawiki. De ‘reserve price’ stelde ik in op 5.500 EUR.

Het verdict van de veilingmeester: dat feest ging niet door; de ‘reserve price’ mocht maximaal 800 EUR bedragen.

Zijn hoofdargument om dat te staven: slechts 1 soortgelijke veiling bij slechts 1 ander veilinghuis waar er afgeklopt werd op 1000 à 1.200 EUR (waarlijk een koopje – er gaan minder schaarse exemplaren zonder de ets voor ettelijke honderden euro’s over de toonbank – ik zou ’t er meteen voor neertellen als ik al niet een exemplaar had & de cash had).

Mijn tegenargument dat “1 soortgelijke veiling bij slechts 1 ander veilinghuis” nogal mager uitvalt als – de verwachte, maar duidelijk niet ingevulde – professionele & gedocumenteerde besluitvorming, werd slechts beantwoord met de stelling dat het wel “het grootste veilinghuis in de wereld was”. Geen idee of dat klopt, zelf had ik nog nooit van Drouot in Parijs gehoord, maar dan ken ik toch een aantal kleinere veilinghuizen die blijkbaar meer verstand van veilen hebben, want die genereren het vijf- tot tienvoud.

 

lenteschoonmaak

de voorbije twee weken hard gewerkt in huis.
het atelier werd uitgemest & gereorganiseerd. mijn bureau verhuisde naar daar; binnenkort werk ik 3 maanden lang 5 dagen per week van thuis uit & dat doe ik liever niet in de ruimte waar ik ook tot rust wil komen.
dit weekend werd de bib – die nu dus nog alleen bib is & geen werkruimte meer – uitgemest & herschikt.
er ontbreekt nog slechts een barkast & een wandtafeltje, maar verder is het bijna perfect zo.
ik zoek mijzelf een boek & trek mij daar terug.
doei!