waarom ik van De Zondvloed houd

druk. druk. druk.
ge kent dat wel.
zo druk zelfs dat ik ’t voorbije weekend – na 3 slapeloze (extreme apneu dankzij hooikoorts & andere allergieën) & belachelijk drukke werkweken – voor ’t eerste in 6 jaar nog es op ’t punt stond om te crashen & te bleiten.
deze week viel al wat beter mee, maar ’t is nog niet om over naar huis te schrijven.
vandaag was zo’n typische dag in ’t rijtje.
ge bolt ’t van miserie af voor uw werk gedaan is & ge zijt helemaal klaar om een stevige pint te drinken.
maar tig keer meer dan van pinten drinken, wordt ge chill van boekjes kopen.
dus passeert ge voor de zoveelste keer dit jaar bij uw favo boekenman om in de rapte wat zielerust te kopen.
stevige pinten drinken kan daarna ook nog namelijk.
en het is des te prettiger met een boek bij de hand.

dikwijls weet ik wat ik zoek als ik bij ‘de zondvloed’ (of een andere boekhandel) binnenstap.
nog vaker stap ik er binnen om doelbewust te struinen, neuzen, grasduinen, twijfelen, kiezen, terug te leggen, wat anders te kiezen, ook dat terug te leggen, dan toch maar beide boeken (of meer) mee te nemen & nog es te checken wat ik een volgende keer zeker es van dichterbij moet bekijken.
zo ook vandaag.

het fijne aan ‘de zondvloed’ voor struiners, neuzers, grasduiners & twijfelaars is dit: ze hebben hier & daar in de winkel ‘hoekjes waar ze al dan niet expliciet bepaalde titels aanraden’.
en meer nog: in tegenstelling tot in de veredelde krantenwinkel die De Standaard Boekhandel heet duwen ze daar geen kookboeken, vrouwenproblemen of door ghostwriters geschreven biografieën van wielrenners die geen twee woorden na elkaar zouden kunnen schrijven door je strot. nee, ze raden daar gewoon – het leven kan soms simpel zijn – interessante boeken aan.
ottozitko

in ’t antiquare hoekje lonkte vanavond, nadat ik al claus, alechinsky & andere dingen in mijn handen had genomen, een heel eenvoudige kaft met, in een boeiend lettertype (let op het pi-teken in de voornaam), ‘Otto Zitko’ erop gedrukt.
ottozitko1

nooit van gehoord.
geen idee wat te verwachten.
ottozitko2

ik sloeg het 28 pagina’s tellende cahier op een willekeurige pagina open & werd als ’t ware overspoeld door een golf van herkenning; alsof ik deze kunstenaar al decennia lang onder mijn vel had zitten & hij plots, via een jeukerig puistje dat – als je er eenmaal aan gekrabt hebt – helemaal openscheurt tot je huidloos bent, hier & nu écht geworden was.
ottozitko3

waarom heeft niemand mij eerder op deze man gewezen?
fijn stelletje vrienden zijn jullie!

maar dus: danku, ‘De Zondvloed’, om een echte boekenvriend te zijn

Advertenties

catawiki

Mijn verhouding met Catawiki laat zich ’t best omschrijven met een lyric van The Pretenders: it’s a thin line between love & hate.

Vandaag zitten we weer bij dat laatste sentiment.

Ik heb me al vaker afgevraagd in hoeverre de vakkennis van sommige van hun veilingmeester verder reikt dan wat er via Google online te vinden is. En zelfs dan nog slagen ze er blijkbaar niet altijd in om het volledige plaatje samen te puzzelen.

Er staat momenteel een bibliofiele uitgave / een kunstwerk van JMH Berckmans & Albert Szukalski te koop op Ebay. Opnieuw te koop – enkele jaren geleden greep ik er helaas al es naast. Vraagprijs: net geen 1.800 EUR. Dat is een behoorlijk aantal duiten die ik niet zomaar ophoest. Dus lag ik twee nachten wakker van de vraag of ik dan maar mijn uiterst zeldzame eerste druk (mét ets van Hans Bellmer) van Histoire d’O moest verpatsen om die aankoop te financieren (& er nog wat centen aan over te houden).

Ik waagde het er op & bood het werk aan op Catawiki. De ‘reserve price’ stelde ik in op 5.500 EUR.

Het verdict van de veilingmeester: dat feest ging niet door; de ‘reserve price’ mocht maximaal 800 EUR bedragen.

Zijn hoofdargument om dat te staven: slechts 1 soortgelijke veiling bij slechts 1 ander veilinghuis waar er afgeklopt werd op 1000 à 1.200 EUR (waarlijk een koopje – er gaan minder schaarse exemplaren zonder de ets voor ettelijke honderden euro’s over de toonbank – ik zou ’t er meteen voor neertellen als ik al niet een exemplaar had & de cash had).

Mijn tegenargument dat “1 soortgelijke veiling bij slechts 1 ander veilinghuis” nogal mager uitvalt als – de verwachte, maar duidelijk niet ingevulde – professionele & gedocumenteerde besluitvorming, werd slechts beantwoord met de stelling dat het wel “het grootste veilinghuis in de wereld was”. Geen idee of dat klopt, zelf had ik nog nooit van Drouot in Parijs gehoord, maar dan ken ik toch een aantal kleinere veilinghuizen die blijkbaar meer verstand van veilen hebben, want die genereren het vijf- tot tienvoud.

 

lenteschoonmaak

de voorbije twee weken hard gewerkt in huis.
het atelier werd uitgemest & gereorganiseerd. mijn bureau verhuisde naar daar; binnenkort werk ik 3 maanden lang 5 dagen per week van thuis uit & dat doe ik liever niet in de ruimte waar ik ook tot rust wil komen.
dit weekend werd de bib – die nu dus nog alleen bib is & geen werkruimte meer – uitgemest & herschikt.
er ontbreekt nog slechts een barkast & een wandtafeltje, maar verder is het bijna perfect zo.
ik zoek mijzelf een boek & trek mij daar terug.
doei!

Dingen die je tussen boeken vindt (001)

verstrooidpapierdemianIn 2012 gaf Antiquariaat Demian (Antwerpen) het boek ‘Verstrooid papier’ uit. René Franken van ’t antiquariaat verzamelde twintig jaar lang opmerkelijke gedrukte en beschreven papiertjes, foto’s en ander verstrooid papier dat hij vond in de door hem aangekochte boeken. ‘Verstrooid papier’ bevat een selectie uit wat lezers in boeken achterlaten, met teksten van een aantal schrijvers en kunstenaars die bij Demian over de vloer komen.

Aangezien ik ook wel es een antiquaar boek koop en ook wel es wat verstrooid papier tegenkom, speelde ik al langer met ’t idee om er af en toe over te bloggen. Maar u weet hoe dat gaat met goede ideeën…

Vanmorgen – eigenlijk was ’t vannacht, maar ik las ’t pas vanmorgen – werd ik op Facebook aangesproken in mijn hoedanigheid van (verondersteld) (studenten)liedboekkenner. De man in kwestie verkeerde in de mogelijkheid de hand  te leggen op wat antiquare en bijzondere studentenliedboeken & oude Vlaamse volksliedboeken & had graag mijn mening over de mogelijke waarde gekregen. Voor dat soort zaken offer ik graag een uurtje van mijn zondagvoormiddag op.

honderdoude1

Ik bespaarde de man in kwestie een smak geld – de potentiële verkoper leed aan de frequent voorkomende ‘oud = goud’-waan – en moest mijn exemplaar van de eerste druk van Jan Bols’ “Honderd Oude Vlaamsche Liederen. Met woorden en zangwijzen. Verzameld en voor de eerste maal aan het licht gebracht door…” hiervoor nog es ter hand nemen. Bovenaan de Franse pagina schreef Bols een opdracht voor “Mijnen hoogweerdigen, hooggeleerden heere Dr. J.B. Abbeloos”. Die Abbeloos – gewezen aartsbisschop van Mechelen & dus de ex-baas van Bols die pastoor van Alsemberg was – was op het ogenblik van ’t verschijnen van ’t boek in 1897 rector magnificus van de universiteit van Leuven. Vanuit de bibliotheek van de rector magnificus verhuisde het boek – zo blijkt uit een stempel op diezelfde pagina – naar de bibliotheek van het klooster van de Missionarissen van het Heilig Hart in Heverlee waar tegenwoordig de Leuvense circusschool in de kapel gevestigd is.

dingendiejetussenboekenvindt2016-11-01

Achteraan in dat liedboek – en dat viel me vandaag pas voor ’t eerst op hoewel ’t boek al minstens 10 jaar in mijn collectie steekt – vond ik 9 losse bladen (1 x A4, 1 x A5 & 7 kleinere) met daarop in balpen & in handschrift een aantal gedichten die gedateerd zijn tussen “Oogst ’69” en “December 1969”. Een aantal gedichten is ondertekend met “Nolaerts”.

Er is de cyclus “Testament na 20 jaar” – was de auteur een 20-jarige kloosterling die zich had laten inspireren door Boudewijn de Groots “Testament” uit 1967? – die uit 4 gedichten bestaat, een gedicht dat de titel ‘Kanjer’ meekreeg (over een rijke suikernonkel), een ‘geëngageerd’ gedicht dat de titel “Duizend Heren” draagt & begint met de verzen “Duizende [sic] heren regeren / duizende [sic] mijnheren teren / al lange eeuwen / op de mensen die schreeuwen / om de vrede te eren”, een vers met de titel “De matras” (een eerlijke biecht – “‘k zit in slechte papperassen / daar ik zonder centen zit” – gericht aan een, al dan niet imaginair, lief) en nog twee titelloze gedichten waarvan er een geduid wordt met “uit ‘Bewegen'” & een ander begint met de onsterfelijke regels “Op hem geen kabardouchen bouwen / al wat hij zegt is geen Jan Cremer / Steek voor hem handen uit de mouwen / al wat stinkt is nog lang geen Demer”.

Als ik ooit es vijf minuten tijd heb, waag ik nog wel eens een poging om uit te pluizen wie de dader van al deze woorden is