Als je ‘ns wist – Studenten-liedjes – Theo Daan

Als je wist, wat meisjes denken,

Van ’t studentje uit de buurt,

Die zoo’n chique wijde broek draagt;

Af en toe een auto huurt…

Waar het licht zoo laat nogop is,

Waar ’t Io Vivat weerklinkt

En die ’s avonds met z’n vrienden

’t Roerend Gaudeamus zingt…

 

Als je wist, wat meisjes denken

Van die knappe jonge man,

Die, gezeten voor z’n ramen

Zoo aardig coquetteeren kan…

En die op z’n mandoline

Alle nieuwe moppen speelt,

Met een lachje om z’n lippen;

Maar een lach die nooit verveelt!

 

Als je wist, wat meisjes denken

Van die daar op kamers woont

En die door z’n lollig leven

‘t “Regelmatig leven” hoont;

Die altijd een goed figuur slaat,

In ’t theater en op straat

En die nooit een aardig lachje

Genegeerd heeft of versmaad.

 

Als je wist, wat meisjes denken

Van ’t vosbeest bij de gratie Gods,

Die op z’n stoel lijkt vastgevroren,

Ongevoelig als een rots;

Ongevoelig voor een lachje,

Ongevoelig voor een lied;

En die geen vriend heeft dan z’n hondje…

Want studenten zie je ‘r niet!

Advertenties

Waar je fijn op slaapt – Theo Daan – Studenten-liedjes

Verdorie…als je zo nog es, per ongeluk, een weekje wat extra vrije tijd terugvindt in je agenda, merk je pas hoeveel (her-)uitgeefprojectjes je links & rechts nog in de stijgers hebt staan om allemaal “dringend es af te werken”.

De heruitgave van Theo Daans ‘Studenten-liedjes’ uit 1913 is er daar eentje van.

Het initiële plan daarbij was: we typen iedere dag 1 liedtekst over om die online te gooien & dan is het manuscript in een wip klaar voor de drukker.

Dat liep ff anders.

Maar we zijn terug…

WAAR JE FIJN OP SLAAPT

Op een handdruk van een vrind,

’n Kus van ’t meisje, dat je mint,

Op ’n woordje, dat ze fluistert,

Waarnaar je oor nog altijd luistert…

Op een streeling van haar hand;

En op een Engelsch ledikant,

Daar kun-je zoo fijn op slapen…

 

Op een minnebrief van hààr,

Waarin ze roert de teerste snaar;

Op een avondwandeling,

Waarbij zij aan je zijde ging;

Op de ontvangst van haar portret…

En op zoo’n lekker veeren bed,

Daar kun-je zoo fijn op slapen.

 

Op ’n innig wederzien

Na scheiding van een uur of tien;

Op het ja-woord van Papa,

De berusting van Mama…

Op ’n uurtje, dat zij bij je was…

En op een reuzen-hard matras,

Daar kun-je zoo fijn op slapen.

 

Van den tijd – Theo Daan – Studenten-liedjes

Als je ’s avonds bij je vrinden,
Na een dol luidruchtige bui
Met een leeg glas in je handen
Nog eens tapt je beste ui;
Terwijl de één zich op de tafel,
De ander ernaast zich heeft gestrekt
En als geen mensch meer naar je luistert,
Dan is ’t tijd, dat je vertrekt!

Als de kostjuffrouw een dochter
Met twee blauwe oogen heeft,
Die je ’s avonds thee komt brengen,
Waarbij haar snoezig handje beeft…
Als je willoos ligt te soezen
Op je canapé gestrekt;
En als je werk niet meer wil vlotten;
Dan is ’t tijd, dat je vertrekt!

Of als de leeftijd van zoo’n dochter
Twijfelachtig al mocht zijn…
Als ze zich eerst zédig voordet,
Alles voor den lieven schijn!
Maar als ze dan door haar attenties
Telkens wéér je aandacht trekt
En als haar oogen hémelsch kijken;
Dan is ’t tijd dat je vertrekt!

Als je met een aardig meisje,
Dat j’ontmoet hebt zoo op straat,
Naar concerten en theaters
Of naar een bioscoop toe gaat…
Als je door je fijne omgang
Een gevoel van liefde hebt gewekt
En als ze dan van stand gaat spreken,
Dan is ’t tijd dat je vertrekt!

Als je tegen de vacantie
Je beren niet hebt afgedaan;
Als je niet op straat kunt komen
Of een kennis spreekt je aan;
Als een drom van crediteuren
Telkens naar je kamers trekt;
Als ze ’t niet thuis niet meer gelooven,
Dan is ’t tijd, dat je vertrekt!

De ideaal student – Theo Daan – Studenten-liedjes

we pikken weer vooraan in, bij het eerste lied uit het liedboek…

Vijf jaar zoet naar school toe loopen,
Overgaan precies op tijd;
Stipt je werk doen, dat je vader
Tegen oome roemt je vlijt;
’s Zondags in je mooie pakkie
Met je tante wandlen gaan;
Niet naar knappe meissies kijken.
Want wat hèb je daar nou aan!

Dan een braaf studentje worden,
Duizend pop precies in ’t jaar;
Altijd zoet college loopen;
Dan kom je het makk’lijkst klaar!
Op de eerste bank gaan zitten,
Altijd lachen om een mop
Van den man achter ’t katheder,
Dan haal je zeker nooit een strop.

Niet in Leiden gaan studeeren:
Daar ontgroenen ze gemeen;
Welke beste, brave jongen
Gaat daar zonder beven heen?
Dan maar liever naar Groot Mokum,
Daar verdwijn je in de stad;
Daar zoekt iedereen z’n eigen
Onbevlekte levenspad!

In den schouwburg stalles zitten
En niet in die vuile bak;
Gelegenheidsgezichten trekken:
Niet te lost en niet te strak.
Niet naar ordinaire stukken
Of naar dichter-zangers gaan,
Die kerels zingen vuile moppen
En wat hoor je daar nou aan!?

Je vacanties thuis doorbrengen
Op dierbaren geboortegrond;
Opzitten en pootjes geven
Daar, waar eens je wiegje stond;
Zedig blozen als je vader
Van z’n knàppe jongen spreekt,
Je familie niet te schande maken,
Die je met zorg heeft opgekweekt.

’s Avonds vossen op je kamer,
Een wandeling en dan naar bed;
Nooit je juffrouw wakker houden
Door een ongehoorde pret!
Als verwoed geheel-onthouder
Nooit een biertje op je kast;
M’neer drinkt ’s avonds chocolàde
En overdag gebruikt-ie kwast!

Twee dingen die ik me afvraag bij bovenstaande tekst:
– wat bedoelde de vroeg-twintigste-eeuwse student met “vossen op je kamer”?
– wat is kwast?

Misschien kunnen de Noorderbuurse lezers van mijn blog hun licht laten schijnen over deze kwesties?

Haar eerste liefde – Theo Daan – Studenten-liedjes

We sjoemelen al meteen met de volgorde van de over te typen liedteksten, want we springen van de ‘Opdracht’ naar pagina 18 & 19.
Daar hebben we een goeie reden voor, namelijk: componist-arrangeur Jetse Bremer.
Hij gaf, met enige vertraging, gehoor aan Theo Daans oproep om zijn teksten van muziek te voorzien. Op Bremers webstek is zowel een partituur voor de melodie – die hij uitschreef voor koor – op deze tekst als een midi-versie ervan terug te vinden.

Mien was niet mooi, maar knap was ze voor drie,
En daarom moest Mina studeeren,
En ze liep de colleges voor biologie
Om de wetten van ’t leven te leeren!

Maar het duurde niet lang of ze zag een student,
Die haar lang en brutaalweg fixeerde;
En ééns, voor ’t college, toen vroeg haar de vent
Welk vak of ze eig’lijk studeerde.

Ze bloosde verlegen… en zei het hem toen,
En hij stelde haar voor wat te loopen;
Want wat moest je nou op dat college gaan doen:
Dictàten – die kon je wel koopen!

Na de wandeling thuis, dacht ze mijmerend na
Over ’t uur, dat zoo snel was vervlogen…
O ze vond hem héél lief, en wel goed ook, o ja!
En hij had zulke leuk-bruine oogen…

En ze ging naar de spiegel en lachte zich toe;
O, ze was hem zeer zeker genegen…
Ze had lak aan haar boeken, ’t geleerde gedoe:
Ze ging stad in… misschien kwam z’em tegen.

Daar had je hem al!… Maar God wat was dat?
Hij, hij, die al zinspeelde op later…
Lachend, ongegeneerd, in het drukst van de stad
Arm in arm met een vrouw van ’t théater!

Opdracht – Theo Daan – Studenten-liedjes

als ik dan – in ’t kader van een heruitgave van theo daans ‘studenten-liedjes’ – toch alle teksten moet overtypen, dan kan ik ze net zo goed hier delen.
te beginnen met de ‘opdracht’ die volgt op het ‘voorwoord’.

Ik zing van ons leven een liedje,
Omdat me dat leven frappeert;
Ik zing van ons leven een liedje
En ‘k heb nooit het zingen geleerd!
Ik weet niet of ’t goed, of het slecht is
En of ik het recht zie of krom;
Misschien is het goed om te zingen,
Misschien is het zingen ook stom!

Als ‘k ’s avonds alleen op m’n kamer,
Bij de rook van m’n cents-sigaret
Gedachten aan studie, examen
– Hulp Klikspaan! – ampart heb gezet(1):
Dan is het zoo leuk te beschouwen
Het rijtje, dat voor me passeert:
Ik ga van dat rijtje wat zingen
En ‘k heb nooit het zingen geleerd!

Dan zie ik ze trekken, zij allen,
De zwabber, de idealist;
Ertusschen een meisje-studente,
O, ‘k had haar niet gaarne gemist!

Dan komt ‘r m’n dierbare Janus
Die is – weet U – medisch student;
Hij loopt met een brief in z’n handen
Dat ben ik al van hem gewend.

Daarginds draaft er één met een taschje,
Een ander draagt niets dan z’n stok;
De eerste komt van het college,
De tweede uit café “De Slok”.
En loopt nog een paartje te vrijen,
Hun lach teekent tijd’lijke vreugd;
Het is een voorbijgaande liefde:
Ze gaat ‘r voorbij met de jeugd.

Ik zie nog een nevel verschijnen,
Daar heb ik mezelf in gehuld;
‘k Zit midden in ’t gek-bonte troepje,
Ik heb van hun aanblik gesmuld.
Ik heb ze beschouwd uit m’n schuilhoek,
Ze wisten niet, dat ik het deed;
Ik heb uit hun typische snuiten
De stof voor m’n liedjes gesmeerd!

(1) De uitdrukking is ontleend aan een oud studentenversje (“De man, die wordt ampart gezet” enz.) voorkomend in Klikspaan’s “Studentenleven”

(voor zij die er een melodie op willen kleven: het kan gezongen worden op de melodie van de strofen van “Ic wil van den keerlen zingen’

Studenten-liedjes door Theo Daan

De ‘Studenten-liedjes’ waar ik eerder over postte, zijn vandaag toegekomen. Dat is fijn nieuws.

Minder fijn nieuws 1: de verkoopster had nagelaten om bij de beschrijving van het boek te vermelden dat zowel de voor- als de achterflap vollédig losgescheurd waren van het liedboek, waardoor de aankoopprijs van het boek + de prijs van de restauratie oplopen tot boven de vraagprijs van een (behoorlijk duurder, maar bij nader inzien goedkoper) exemplaar dat elders werd aangeboden.

Minder fijn nieuws 2: op de voorflap zijn 2 prijzen vermeld: “PRIJS FL1.10 GEB. FL1.50”. Veronderstellend dat deze ingenaaide versie met slappe kaft de versie van 1.10 Florijnen was, wil dat dus zeggen dat ik nu ook op zoek kan naar een andere versie (met harde kaft?) van 1.50 Florijnen.

Op de Franse pagina staat rechts bovenaan de naam “RL[?]delange” en de datum 17.5.13. Wellicht de oorspronkelijke bezitter van het boek die het niet lang na het verschijnen in 1913 kocht.
Verder ook een prijsvermelding “7.50”. Zeker niet het prijsje dat ik voor mijn exemplaar betaalde. Misschien de prijs (in guldens) die de tweede eigenaar ooit neerdokte: André Testa; die zijn mooie ex libris op deze pagina inkleefde. Misschien was het wel deze Amsterdamse André Testa die dit Amsterdamse studentenliedboek ooit kocht & koesterde. Misschien moet ik het gewoon es checken bij de verkoopster van het boek: Suzanne Testa-Koldeweijn. Zij kan het ongetwijfeld confirmeren of ontkrachten.

Ik heb nog niet de tijd gehad om de liederen zelf te bestuderen, maar ik geef alvast de “Ter inleiding” mee die licht werpt op de drijfveren van de schrijver-samensteller:

"Er zijn nog zoo goed als geen verzamelingen van Studenten-poëzie", schreef François Pauwels in zijn voorwoord van het bundeltje Io Vivat [AW: Io vivat; bloemlezing uit moderne Studenten-poëzie door François Pauwels; 1912]. Waar dit een bloemlezing is, waag ik het met dit werkje te komen, als geschreven door één student. Met eenigen schroom ben ik tot de uitgave overgegaan en ware het niet, dat mij van vele kanten gevraagd werd een "bundel" uit te geven, waarschijnlijk zou ik doorgegaan zijn deze liedjes in het Amsterdamsch Studentenweekblad Propria Cures te laten afdrukken. Voor een gedeelte zijn zij dus daarin reeds verschenen. (1) Het lijkt mij hier een geschikte plaats om aan de redactie mijn erkentelijkheid te betuigen voor de gastvrijheid mij steeds in hun blad verleend. In 't bijzonder een woord van dank aan mijn vriend W. van den Ent en voor menigen goeden raad in 't begin mij gegeven! Ook aan m'n collega Z.v.E. mijn dank voor zijn bandteekening. Ik meen, dat er tegenwoordig een toenemende vraag is naar de z.g. chanson, overstroomd als we worden, ook in de studentenwereld, door Sonnetten, verzen waar liefde met 'n hoofdletter in voorkomt en andere hoogdravende Poëzie. Het succes van de liedjes van Speenhoff, de steeds uitverkochte zalen bij Pisuisse en Blokzijl, bewijzen dit.
Ik heb hiermee een poging willen wagen dat genre toe te passen op het Studentenleven en als vanzelf op het Amsterdamsche Studentenleven. Reeds bij eerste lezing zal zich aan iedereen een eenvoudig wijsje opdringen; boven sommige heb ik een speciaal wijsje aangegeven. De bij toevoeging van muziek noodzakelijk te hoog wordende prijs heeft mij weerhouden een componist te zoeken. Mocht iemand van m'n collega's zich gedrongen voelen op 't een of ander versje een oorspronkelijke melodie te maken, dan houd ik mij daarvoor ten zeerste aanbevolen.

Amsterdam 25 Jan. 1913 
A. Stehouwer Czn

(1) Onder pseudoniem Theo Daan

Opmerkelijk in dit voorwoord is de expliciete oproep aan de lezer om – daar waar geen verwijzing naar een bekende melodie staat – zélf een melodie te verzinnen & de oproep aan zijn collega-studenten om teksten van een melodie te voorzien.

De researcher in mij voelt onmiddellijk de drang om uit te gaan vlooien welke verzen van Stehouwer uiteindelijk op melodie gezet werden.

En mochten dat er geen of weinig zijn, dan wil ik hier alvast graag een warme oproep plaatsen: mocht iemand van m’n collega’s zich gedrongen voelen op ’t een of ander versje een oorspronkelijke melodie te maken, voor een “Bibliotheca Studentica”-heruitgave van dit unieke – ik moet nog uitpluizen hoeveel bibliotheken, archieven en/of privé-collecties dit boek in huis hebben, maar ’t zijn er alvast bitter weinig – liedboek, dan houd ik mij daarvoor ten zeerste aanbevolen.

Antwerpen 11 Okt. 2010
A. A.J. Willems