BIRTH LIFE DEATH (Jan Arends & Akim A.J. Willems) – een prototype

aanstaande zaterdag viert iedereen die een beetje bij zijn verstand is de negentigste geboortedag van jan arends.
bart willems – geen familie, wel de beheerder van de jan arends-facebookpagina & zelfverklaard fan van mijn gedichten & tekenwerk – vroeg me of ik een gedicht of tekening wilde maken voor de fb-pagina & naar aanleiding van die negentigste geboortedag.
dat kon geregeld worden.

meer nog…er komt een bibliofiele uitgave (zeven exemplaren – één voor mij, één voor hem & vijf om te verloten onder geïnteresseerden) met:

+ twee gedichten, waarvan één gloedjenieuw, over arends van mijn hand
+ een “ongepubliceerd, nagelaten gedicht” van arends zelf – c’est à dire: het werd door marcel dikstra van antiquariaat feniks in amsterdam gevonden tussen het exemplaar van “lunchpauzegedichten” van ethel portnoy (de echtgenote van dichter rudy kousbroek; het gedicht is aan haar opgedragen), dat hij voor 1 euro op ’t waterlooplein kocht, & in 2005 – samen met een brief van arends aan kousbroek – uitgegeven in een bibliofiele uitgave (“schrijversroem”) op 111 exemplaren. het gedicht mag vrij overgenomen worden (mits, zo luidden de instructies in de colofon, het planten van een boom via een website – die tegenwoordig alleen nog ecologisch verantwoorde reizen verkoopt).

vanavond stak ik alvast een prototype op ordinair papier & zonder titelvignet op het omslag in elkaar.
en dat ziet er – zonder al teveel van de teksten weg te geven – dan zo uit.
lbd01

lbd02

lbd03

lbd04

lbd05

lbd06

Advertenties

Ne Praeter Modum. Amsterdamse Studentenzangen (2e druk)

Twee jaar geleden ging, na 5 jaar traag, maar gestaag ontcijferen & researchen, het manuscript van ‘Ne Praeter Modum. Amsterdamse Studentenzangen’ – een uitgave van 36 Nederlandstalige, Amsterdamse studentenliederen (uit 2 verschillende manuscripten uit de Bibliotheca Studentica & Erotica); waarvan er slechts 3 ooit eerder in druk verschenen – naar de drukker. Een hele dikke maand later werden de bestelde exemplaren richting voorintekenaars – er werden evenveel exemplaren gedrukt als er besteld werden – verzonden.

Aangezien er ondertussen links & rechts en ook vanuit Amsterdam aangegeven wordt dat er nog steeds interesse is om een exemplaar op de kop te tikken, werd besloten om een tweede druk te laten maken.

De eerste druk was een softcover-uitgave van 16 x 24 centimeter op basic papier.

Deze tweede druk wordt iets steviger & beter uitgevoerd:
++ FORMAAT: 148 x 211 mm
++ COVER: hard cover (Mac Tac, glanzend, gelamineerd)
++ AANTAL PAGINA’S: 88
++ PAPIER BINNENWERK: Greentop Naturel, 120 g/m², lichtcreme
++ en dat alles voor een prikje: 15 EUR (excl. verzendingkosten)

BESTELLEN KAN VIA E-MAIL: INFO@AKIMWILLEMS.BE

Hieronder licht ik alvast een tipje van de sluier met de inleiding van de eerste druk en meer informatie over de 2 manuscripten, de datering van de liederen en de vermoedelijke auteurs.

INLEIDING

1 juni 2006: bij “Antiquariaat A.G. van der Steur” in Haarlem stuit ik op een notitieboekje met handgeschreven studentenliederen dat omschreven wordt als:

“AMSTERDAM, STUDENTENZANGEN.

Bundeltje met 24 studentenliederen, 12°, 35 p., manuscript, 19e-eeuws. Ex Libris op het schutblad: H.W. Kalff. De liederen zijn ondertekend: Beekman, v. Namen, Anspach, J.v. Lennep, H.C. van Hall, […], Teding van Berkhout.”

De vraagprijs is hoog – nooit eerder telde ik zoveel euro’s neer voor één boek; later zouden nog duurdere stukken aan de collectie toegevoegd worden – maar toch waag ik de gok & bestel het nog diezelfde dag. Over unieke stukken mag je niet twijfelen. De Bibliotheca Studentica – erotica waren toen nog niet aan de orde – bevat op dat ogenblik al een aardige collectie gedrukte studentenliedboeken, maar een handschrift met studentenliederen ben ik nooit eerder – en ook nadien niet meer – tegengekomen. Bovendien ben ik benieuwd of “J.v. Lennep” in het namenlijstje de bekende Nederlandse schrijver, taalkundige en politicus is.

8 juni 2006: de nieuwe aanwinst wordt geleverd en voor het eerst bestudeerd.

Het manuscript telt inderdaad 24 studentenliederen verspreid over 35 pagina’s; neergeschreven in verschillende handschriften.

Na wat zoeken en grasduinen op het internet en in verschillende catalogi van bibliotheken en archieven blijkt het manuscript afkomstig uit de kringen van de Amsterdamse groensenaat “Ne Praeter Modum”.

Bovendien is het – zoals ik vermoedde en hoopte – een behoorlijk uniek manuscript. Voor zover ik ondertussen – bijna 5 jaar later – heb kunnen uitpluizen, is er slechts één ander, soortgelijk manuscript bekend. Dat andere manuscript bevindt zich in de “Collectie Amsterdams Studenten Corps / Amsterdamse Vrouwelijke Studentenvereniging” van de Universiteit van Amsterdam; sinds 1992 ondergebracht in het Amsterdamse gemeentearchief.

Najaar 2006: dankzij het Amsterdamse gemeentelijke archief krijg ik ook (een gescande kopie van) dàt manuscript in mijn bezit. Het bevat 44 studentenliederen verspreid over 55 pagina’s; neergeschreven in één handschrift.

Het plan om al deze handgeschreven liederen te ontcijferen, hun auteurs op te sporen, meer informatie over de melodieverwijzingen in te winnen en beide manuscripten in gedrukte vorm uit te geven ontstaat niet lang daarna.

Ondertussen – na bijna 6 jaar, traag maar gestaag, ontcijferen en onderzoeken – is alvast een eerste deel van dat plan afgerond. Ik stel het met plezier voor in de rest van deze uitgave.

Akim A.J. Willems

Antwerpen, Bibliotheca Studentica & Erotica

18 april 2011

DE MANUSCRIPTEN

Zowel in het manuscript uit het gemeentearchief van Amsterdam (vanaf nu ‘manuscript A’ genoemd), als in het handschrift dat ik zelf bezit (vanaf nu ‘manuscript B’ genoemd) komen liederen in het Nederlands, Latijn, Grieks en – hier en daar enkele verzen – Jiddisch voor.

Omdat het ontcijferen van de hanenpoten in de manuscripten zonder grafologische opleiding geen sinecure is en omdat mijn kennis van het Latijn, Grieks en Jiddisch quasi nihil is, beperk ik me in deze uitgave tot de Nederlandse teksten uit beide handschriften.

In totaal staan in de twee manuscripten 36 Nederlandstalige studentenliederen van 11 verschillende auteurs.

Exact de helft van die teksten komt voor in beide handschriften.

Van 2 liederen is geen auteur bekend.

Bij 2 liederen is geen melodieverwijzing vermeld. Dit zou kunnen betekenen dat ze op een originele melodie gezongen worden.

Enkel in manuscript A zijn enkele liederen gedateerd.

Voor zover ik heb kunnen onderzoeken, zijn slechts 3 van de Nederlandse teksten uit de manuscripten eerder in druk verschenen.

Het lied “Olla potrida” komt in 1861 voor in het anoniem uitgegeven liedboekje “Studenten Feest-Galmen” (waarvan in augustus 2007 al een heruitgave verscheen bij de Bibliotheca Studentica) en wordt, vanaf de eerste druk uit 1862, opgenomen in de verschillende uitgaven van het Utrechtse “Vademecum voor den student”.

Vanaf de vierde druk (1875) komt ook het lied “Studentenlied (Braaf student, student te zijn)” voor in het “Vademecum voor den student”.

“De wijn” komt voor ’t eerst in druk voor in “Vriendenzangen tot Gezellige Vreugd” dat in 1801 door A. Loosjes wordt uitgegeven in Haarlem. Daarna duikt het ook nog op in “Studenten-Zangen” (Leiden, 1822) en “Verzameling van Gezelschaps-liederen, aan Ernst en Vrolijkheid gewijd” (Amsterdam, 1835). De publicatie van dit lied in een liedboek uit 1801 zorgt voor een probleem met betrekking tot het (vermeende) auteurschap; daarover meer hieronder.

NE PRAETER MODUM

“Ne Praeter Modum” (vertaald: Nooit over de schreef) wordt in 1818 opgericht.

Het is een groensenaat aan het Athenaeum Illustre van Amsterdam – ook gekend als de Illustre School – dat de voorloper van de Amsterdamse universiteit is.

Op 15 mei 1851 besluiten verscheidene Amsterdamse groensenaten, waaronder “Ne Praeter Modum”, tot samenwerking. Zij ontbinden zichzelf en vormen de “Illustrissimus Senatus Studiosorum Amstelodamensium” (vertaald: de zeer illustere senaat van studenten uit Amsterdam) als bestuur van een nieuwe studentenvereniging: het “Amsterdamsch Studentencorps”.

Vandaag bestaat “Ne Praeter Modum” nog steeds binnen het “Amsterdamsch Studentencorps”; als “Senaatscommissie voor het Novitiaat” die belast is met de organisatie van de kennismakingstijd voor aspirant-leden.

Eveneens houdt deze commissie toezicht in deze periode.

Deze kennismakingstijd vindt vlak voor de start van het academische jaar plaats.

“Ne Praeter Modum” leert de nieuwe studenten de mores en tradities van de oudste vereniging van Amsterdam.

AUTEURS & DATERING

Uitpluizen wie de 11 auteurs – van sommigen komt de naam in verschillende varianten of spelwijzen voor – zijn, blijkt aanvankelijk moeilijk.

Maar soms steekt het geluk een handje toe: ik kom in het bezit van het “Album Academicum van het Athenaeum Illustre en van de Universiteit van Amsterdam bevattende de namen der hoogleeraren en leeraren van 1632 tot 1882 en der studenten van 1799 tot 1882” (1e druk; Amsterdamsch Studenten-Corps; Amsterdam; 1882; 171 p.) waarin ik de namen kan opsporen.

Sommige (familie)namen komen meermaals voor, maar aan de hand van de dateringen in het “Album Academicum”, de datering bij sommige liederen en het feit dat de liederen uit de kringen van Ne Praeter Modum komen, kan ik voor de meeste liederen toch (met enige zekerheid) uitpluizen welke studenten de teksten schreven.

Het lied “Het laatste pijpje” is in beide manuscripten ondertekend met Anspach en in manuscript A gedateerd met: 10 Nov. 1825.

Jan Adolph Anspach komt in 1821 als 17-jarige theologie studeren in Amsterdam en promoveert er in 1825. Het lijkt erop dat hij dit lied schrijft als zijn ‘zwanenzang’, als zijn afscheid van het studentenleven, want het lied begint met de woorden: “Broeders! weldra slaat het uurtje, dat ons van elkand’ren scheidt”.

In beide manuscripten is het lied “Vreugde en vriendschap” ondertekend met Beekman.

Deze naam komt slechts eenmalig voor in het “Album Academicum”; tussen 1808 en 1812 studeerde een zekere G. Beekman theologie in Amsterdam. Dat is voor de oprichting van Ne Praeter Modum en ook met de datering van de andere liederen in manuscript A – het lied van Beekman zelf is niet gedateerd – klopt dit niet. Is er een andere Beekman in het spel die niet officieel als student is ingeschreven of die in het “Album Academicum” schromelijk over het hoofd gezien wordt? Of is het lied wel degelijk van oudere oorsprong en van de hand van G. Beekman, maar werd het later (opnieuw) opgepikt in de kringen van Ne Praeter Modum en opgetekend in hun liederboekjes?

De naam Brouwer wordt in manuscript A gelinkt aan de liederen “Studententafellied” en “Olla Potrida oder Potpourri!”; beide zijn ongedateerd.

De naam Brouwer komt meermaals voor in het “Album Academicum”, maar voor het auteurschap van het lied komen slechts twee studenten in aanmerking.

Een mogelijke auteur is de theologiestudent W.J. Brouwer die slechts een jaar (in 1820) in Amsterdam studeerde.

Een andere mogelijkheid is dat het lied gedicht werd door J.H. Brouwer die tussen 1806 en 1819 officieel als theologiestudent ingeschreven was, maar pas in 1821 uit Amsterdam vertrok.

De naam C.F. de Burlett komt alleen voor in manuscript A; namelijk bij het lied “Studentenband” dat in beide manuscripten opgenomen is en dat gedateerd is op 21 Dec. 1825.

Deze student kwam als 18-jarige in 1822 aan in Amsterdam waar hij tot 1827 rechten studeerde. Hij promoveerde op 20 maart 1829 te Leiden[1].

A.M.C. van Hall schreef het “Studenten-lied” dat in beide manuscripten voorkomt en dat in manuscript A gedateerd wordt op 30 Dec. 1829.

Van Hall begint zijn studentenloopbaan in 1824 op 16-jarige leeftijd als stud. Litt. et Jur.. Tot in 1829 studeert hij in Amsterdam. Op 18 januari 1830 promoveert hij te Leiden.

De liederen “Den nieuwen Rector”, “Den Rector” en “Studentenlied” zijn alle drie ongedateerd en ondertekend met de naam J. van Lennep.

De eerste twee komen enkel in manuscript A voor, het laatste in beide manuscripten. De student Jacob van Lennep, die tussen 1819 en 1822, rechten studeert in Amsterdam, zou later – inderdaad – naam maken als schrijver, taalkundige en politicus.

Pieter Lijndrajer Janszn. – rechtenstudent in Amsterdam tussen 1818 en 1822 – tekent voor volgende liederen: “De bloei van den Illustren Senaat”, “De Promotie”, “Ne Praeter Modum” en “Studentenkoorzang”.

J.S. van Naamen Azn. heeft bij veertien Nederlandstalige studentenliederen uit beide manuscripten zijn naam staan: “De wijn”, “Ergo bibamus”, “Onze goede bijeenkomst”, “Onze goede nachtrust”, “Onze kring”, “Studentenlied”, “Wijnlied” en 8 “Toasten”.

Ze zijn op verschillende manieren ondertekend: van Naamen Jan, v.N., JvN of

v. Naamen.

J.S. van Naamen Azn. is rechtenstudenten in Amsterdam tussen 1814 en 1822; vanaf 1823 studeert hij in Utrecht.

Er kan met zekerheid gesteld worden dat het lied “De wijn” niet aan van Naamen Azn. toegeschreven mag worden, aangezien de tekst (zoals die in het handschrift voorkomt) al in druk verscheen in 1801 (zie hierboven).

“Studenten Broederschap” werd geschreven door J. Stroeve, theologiestudent in Amsterdam tussen 1819 en 1822. Vanaf 1823 studeery hij verder in Leiden.

“De avunculi” is van de hand van Pieter Jacob Teding van Berkhout. Pieter Jacob begint in 1827, op 17-jarige leeftijd, aan zijn rechtenstudie in Amsterdam waar hij tot 1833 verblijft. Hij promoveert op 25 januari 1834 en wordt op latere leeftijd burgemeester van Overijsel.

Een laatste auteur – die van het lied “Bacchus en Amor” – die in deze uitgave voorkomt, is E. Waller H. Izn. Hij start zijn studieloopbaan in 1822 – hij was toen 16 jaar oud – en verlaat Amsterdam in 1827. Hij studeert er literatuur en rechten. Hij promoveert te Leiden op 20 maart 1829.

++++

[1] Het Athenaeum Illustre kreeg pas in 1877 promotierecht toen het omgevormd werd tot de gemeentelijke universiteit.

uitgave n° 10 v/d Bibliotheca Studentica & Erotica vanaf nu leverbaar

Goed nieuws voor iedereen die in juni intekende op uitgave n° 10 van de Bibliotheca Studentica:
Met slechts 2 maanden vertraging is ze eindelijk klaar & klaar voor levering.
Ongeduldige lekkerbekken kunnen alvast proeven van de kaft die er zo zal uitzien:

Goed nieuws voor iedereen die ondertussen spijt heeft dat hij/zij in juni niet intekende:
Er zijn een paar extra exemplaren beschikbaar voor wie vriendelijk gilt via email.

uitgave n° 10 v/d Bibliotheca Studentica & Erotica vanaf nu bestelbaar


Frans Daels (1882-1974) was een Vlaams arts & politicus.
Hij studeerde geneeskunde aan de Katholieke Universiteit Leuven & aan de Gentse Universiteit waar hij tussen 1920 en 1944 hoogleraar verloskunde was.

Tijdens W.O. was hij legerarts aan het IJzerfront waar hij een belangrijke rol in de Frontbeweging speelde. Hij richtte onder ander…e het Secretariaat der Katholieke Vlaamse Hoogstudenten op.

Daels was ook een hevig ijveraar voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit tijdens het interbellum.
Op 25 juni 1922 spreekt hij een redevoering over de vernederlandsing van de Gentse universiteit uit op het derde Katholieke Vlaams Congres in Gent.
Het manuscript van die redevoering stuurde hij naar de redactie van De Gentenaar.

Ruim 87 jaren later belandt dat manuscript in de Bibliotheca Studentica & nu, nog eens 2 jaar later, wordt de tekst voor het eerst integraal uitgegeven; als tiende titel in de reeks (her-)uitgaven van de Bibliotheca Studentica.

Om terug te grijpen naar het gevoel van de allereerste uitgave (in 1999) & om de kostprijs te drukken blijft de volledige productie van deze jubileumuitgave volledig in handen van de uitgever (in concreto: ikzelf).

De uitgave telt circa 36 pagina’s & bevat een of meerdere facsimile-afdrukken van het originele manuscript.

De oplage zal beperkt worden tot het aantal bestelde exemplaren.

Kostprijs: 10 EUR inclusief verzending.

Bestellen & voorintekenen kan tot en met 15 juni 2011 door te mailen naar bibliotheca.studentica@telenet.be

Bibliotheca Studentica & Erotica – uitgave n° 10 in de steigers

Ik had ‘t er al eerder over: het (getypte, met handgeschreven verbeteringen) manuscript van de redevoering die Professor Frans Daels op 25 juni 1922 uitsprak op het derde Katholieke Vlaams Congres in Gent dat onderdak vond in de Bibliotheca Studentica & Erotica. En een hele tijd liep ik al rond met het plan om het uit te geven. Maar ik twijfelde nog of ‘t een ‘gewone herdruk’ of een ‘facsimile fotodruk’ moest worden.

De kogel is sinds vanavond door de kerk: het wordt de ‘gewone’ herdruk. Maar ook een beetje buitengewoon.
Want in plaats van beroep te doen op mijn gebruikelijke, professionele, digitale drukker ga ik de volledige productie – inclusief ‘custom made’ stofomslag – zelf in handen nemen; om eens te checken in hoeverre de te spenderen tijd opweegt tegen de prijsdrukking die dat met zich meebrengt. Ik schat dat 10 EUR inclusief verzending een faire prijs wordt.

Meer nieuws: spoedig!

Geïnteresseerden mogen gillen. Dan houd ik ze op de hoogte.

Latijnse Amsterdamse Studentenzangen / Latinisten gezocht

Bof.
Nu de 36 Nederlandstalige, handgeschreven teksten uit de 2 vroeg-19e-eeuwse handschriften met Amsterdamse studentenliederen ontcijferd & (her)uitgegeven zijn, wordt ’t stilletjes tijd om aan deel 2 van dat (her)uitgeefproject te beginnen: de Latijnse teksten.
Grieks & Jiddisch volgen ooit ook nog.

Voor deel 2 van dat project heb ik alle basisingrediënten al in huis, behalve 1: een latinist met een zwak voor studentenliederen &, bij voorkeur, ook wat grafologische achtergrond. Want het geschrift in de manuscripten is héél onduidelijk; zoals mag blijken uit dit voorbeeld.

Maar wie zich geroepen voelt om mee te werken om een of meerdere Latijnse teksten te ontcijferen, mag gillen op bibliothecastudentica@telenet.be