over de schouder meelezen met multatuli & funke

briefwisselingIk bekende het net geen jaar geleden al: ik ben een voyeur.
Dagboek- & correspondentie-uitgaven oefenen een enorm grote aantrekkingskracht op mij uit.
[Een van de redenen daarvoor, maar dat geheel terzijde, is: aangezien de inhoud van die uitgaven an sich al gefragmenteerd is, zijn ze uitermate geschikte voor iemand als ik die zelden of nooit een boek in een ruk uitleest, maar zich beetje bij beetje door talloze boeken tegelijk begeeft]

Ik zal dan ook zelden een dagboek of correspondentie niét kopen als ze toevallig mijn pad kruist.
Zelfs al heb ik weinig (van Multatuli las ik slechts Max Havelaar – omdat het moest – en zijn Liefdesbrieven die in de Privédomeinreeks werden uitgegeven, omdat het lezen van andermans amoureuze brieven het summum van voyeuristisch lezen is) tot niks (Funke wié?) met de correspondenten. Dat gold dus ook voor de Briefwisseling tusschen Multatuli en G.L. Funke. 1871-1885 die ik vanmiddag voor 3 euro uit de kringwinkel mee nam.

Die G.L. Funke bleek George Lodewijk Funke (1836 – 1885) te zijn; oprichter van de Nederlandse krant Het Nieuws van den Dag, antiquaar aan de Herengracht in Amsterdam en (de laatste) uitgever van Multatuli. Naar het schijnt ook de enige uitgever die Multatuli correct behandeld heeft.

Briefwisselingen tussen schrijvers en hun uitgevers zijn niet zo boeiend als brieven tussen geliefden en vaak ook ronduit saai. Maar ze boeien me wel, omdat ze een inkijkje in het schrijvers- & uitgeversvak van zo’n tijdperk geven.

De G.L. Funke die het boek uitgaf was de gelijknamige kleinzoon die pas in 1896 geboren werd en  die zijn grootvader dus nooit gekend heeft, maar hem & zijn rol/belang als dagbladoprichter/uitgever (pas) leerde kennen  toen hij het boek Multatuli en de zijnen van Julius Pee las. Dat boek werd in 1937 uitgegeven bij de Wereldbibliotheek waar ook deze briefwisseling in 1947 – 1 jaar na ’t overlijden van de kleinzoon- verscheen.

 

Advertenties