geen büch

boudewijnbüch2
vrijdagnamiddag ging bij een veilinghuis in brugge dit lot onder de hamer: circa 120 jeugdgedichten & -prozastukjes uit 1965 + 7 schoolopstellen van de hand van boudewijn büch.

ik bracht op voorhand & online een erg stevig bod uit. maar helaas kwam er iemand nog straffer uit de hoek & ging het lot aan mijn neus voorbij.

erg jammer. want wat had ik hier ontzettend graag een bibliofiel uitgeefprojectje rond op poten gezet

Wat doet die poëzie in de Bibliotheca Studentica & Erotica?

Twee weken geleden ontdekt op het Felix Poetry Festival in Antwerpen: Miguel Declercq.
De dichter werd eind jaren negentig van de vorige eeuw als De Nieuwe Poëtische Messias geprezen & geloofd, maar verdween na het verschijnen van ‘(Zomerzot/Somersault)’ in 2001 tien jaar lang van ’t toneel.
In 2012 kwam ie weer boven water met de bundel ‘Boven Water’ (uitgegeven bij De AP) die ik mij tijdens de pauze meteen aanschafte.
Diezelfde nacht nog – wat een hele prestatie mag heten aangezien ik de avond & nacht ervoor niet geslapen had – las ik in de ‘Aantekeningen’ achteraan in de bundel: “Gedichten uit deze bundel verschenen eerder in […], of als bibliofiele uitgave”. Bij die laatste twee woorden was ik op slag klaarwakker. Een bezoekje aan tante Google leerde inderdaad dat de Gentse, bibliofiele uitgeverij Druksel in 2010 al een gedichtencyclus van Declercq met als titel ‘Boven Water’ uitgaf op 126 (26 geletterd A tot Z voor de uitgeverij & 100 genummerde exemplaren voor verkoop), door de schrijver gesigneerde, exemplaren.
Het is een vrij ‘basic’ uitgave (90 g Bioset-papier, gezet in Verdana, blauw schutblaadje, dun kartonnen kaftje, stofwikkel in rijstpapier, genaaid met een rijgsteek) die de nog bestaande twijfel – zijn mijn eigen uitgavetjes niet te lullig & amateuristisch om bibliofiel genoemd te mogen worden? – volledig wegnam.
Ja, dit kan & doe ik dus ook. Goed bezig & vooral blijven doorgaan, jongen!
miguel declercq - boven water
Hoe er zo plots poëzie opduikt in de Bibliotheca Studentica & Erotica?
Omdat ik in de nazomer van 2012 besloot om zelf weer gedichten te gaan schrijven – en vooral: ze op podia te gaan performen – en mijzelf dus verplicht om – nadat er jarenlang enkel non-fictie door mijn handen gleed – na de romans ook de gedichtenbundels weer in mijn leven & boekenkast toe te laten zodat ik af & toe es kan checken hoe ‘de anderen’ dat doen.
het-vertrek-van-maeterlinck-lexil-de-maeterlinck-michael-vandebril-9789085424888-achterkant
Michaël Vandebrils tweetalige, Frans-Nederlandse ‘Het vertrek van Maeterlinck / L’Exil de Maeterlinck’ (uitgegeven bij De Bezige Bij) werd in 2012 genomineerd voor de Buddingh-prijs & won in 2013 de de Coninck-debuutprijs.
Ik begon er al meermaals aan, maar in tegenstelling tot ‘Boven Water’, eet ik ’t met lange tanden & krijg ik ’t nauwelijks weggeslikt.
Gedichten lezen, het is nooit mijn dada geweest.
Maar zoals gezegd: af & toe es checken hoe ‘de anderen’ dat doen.
verhaeren
Een tijdgenoot & vriend van de Nobelprijswinnende Maeterlinck – de enige Belg die die voor literatuur op zijn schouw heeft staan – was Emile Verhaeren wiens museum slechts 1 dorp of 2 Scheldebochten van mijn schrijvershok verwijderd is.
In oktober 2012 verscheen de biografie “Emile Verhaeren. Vlaams dichter voor Europa” (van Paul Servaes; uitgegeven bij EPO).
Ik kon helaas niet bij de voorstelling van dat boek aanwezig zijn, maar kocht mijn exemplaar, samen met een bloemlezing van zijn (Franse & in ’t Nederlands vertaalde) gedichten in het Verhaerenmuseum in Sint-Amands.
Verder ook nog volgende poëzie aan de BS&E toegevoegd:
buchvinkenooggoethe
Büch adoreer ik al jaren omwille van zijn (al dan niet zelf bij elkaar gefantaseerde) non-fictie; als dichter vind ik hem gewoon ‘bij momenten vermakelijk’, maar deze twee bundels lonkten – op verschillende ogenblikken; ik herinnerde me niet dat ik ‘Verzamelde gedichten’ al had staan toen ik ‘In gedichten’ kocht – zo verleidelijk dat ik ze wel moést kopen.
Het bruggetje van Büch naar Goethe is zo gemaakt.
Vinkenoog was een van de weinige – doe er nog Deelder & de Coninck bij & je hebt ’t gehad – dichters die ik in mijn tienerjaren & twins wel es las.
Ik herontdekte hem kort voor zijn dood in 2009.
En nu ik zelf weer aan ’t schrijven & performen ben, durf ik, als ’t nacht, donker & stil is & er niemand in de buurt is, wel es verzuchten: ach, was ik maar een Vijftiger.

Uiteraard sleurde ik de voorbije maanden – 4 maanden passeerden geruisloos sinds mijn laatste blog – ook nog grote stapels erotica & andere leuke dingen naar mijn grot.
Maar daarover later meer.
In een volgende blog.

Eerstejaars – Boudewijn Büch

De Verzamelaar Verzameld. Boudewijn Büch 1948 – 2002‘ (uitgegeven bij Aenigma Books & Prints in Amsterdam in 2003) had de “beschrijvingen moeten bevatten van alle werken van de hand van Boudewijn Büch die ooit verschenen. Dat lukte niet. Het is immers menselijkerwijs onmogelijk om alleen al te achterhalen wat de dichter ooit voor druk heeft vrijgegeven, laat staan om het allemaal te bezitten” (dixit de samensteller van het boek).
Met die samensteller – en ik kom met kinderlijk-koppig genoegen af & toe terug op dit onderwerp – had ik ooit een electronische pennenstrijd over de titel “De Verzamelaar Verzameld”. Voor de goeie orde zocht ik ’t nog even op & jawel: in juli 2001 liet ik de titel (voor een geplande publicatie over fervente Büch-verzamelaars) al vallen in de nieuwsbrief van de “Blue Poet Society” (waar ook de samensteller van het hierboven geciteerde boek op geabonneerd was/is), in 2003 pas & n.a.v. het overlijden van Büch in 2002 kwam hij pas op de proppen met dezelfde titel.
Maar goed…speeltijd gedaan…we hadden ’t over de onmogelijkheid om “te achterhalen wat de dichter ooit voor druk heeft vrijgegeven”.

Een van de redenen waarom ik Büch altijd fascinerend gevonden heb, is zijn eigen ‘drukgeschiedenisvervalsing’.
Ter illustratie…het verhaal “Eerstejaars” dat “op ons verzoek” – wiens verzoek? – “door Boudewijn Büch voor eerstejaars studenten [sic!] bij de aanvang van het academisch jaar 1985-1986″ geschreven werd…”

Ik had van dat verhaal 2 exemplaren in huis. Beide gekocht uit pure verzamelwoede, want het viel zowel in de categorie ‘studentica’ als ‘Büch’ en mocht dus gerust in tweevoud in de collectie.
Op 24 juni 2010 kocht ik bij De Slegte op de Wapper in Antwerpen de hierboven genoemde Aenigma-publicatie & las daar:
“62. Boudewijn Büch – EERSTEJAARS – Amsterdam, Scheltema Holkema Vermeulen, 1985 – or. omlsag – 1e druk […] Het boekje verscheen gelijktijdig bij minstens drie andere uitgevers (boekhandels te Utrecht, Nijmegen en Breda/Tilburg) die alle in hun colofons hetzelfde initiatief claimen.”

Dat was me niet eerder opgevallen & niet eerder bekend. Dus werd er spoorslags & naarstig verder gezocht naar de ontbrekende 3e & 4e uitgave.
De laatste bleek moeilijk te vinden, maar werd vorige week vrijdagmiddag dan toch eindelijk bij mij afgeleverd.

In het (volledige) kwartet dus volgende uitgaven:

Waarbij de uitgave uit Nijmegen geen colofon heeft, maar de 3 anderen wel. De Amsterdamse uitgave heeft de meeste info,  de uitgave Breda/Tilburg & Utrecht vermelden enkel boekhandel/drukker Gianotten uit Tilburg als drukkerij. Daar ben je dus als verzamelaar of samensteller van een Büch-catalogus even zoet mee.

Heerlijk toch?!

Sylvia Plath & Ingrid Jonker

Sylvia Plath leerde ik kennen via Boudewijn Büch. Büch was zo gek van deze Amerikaanse dichteres & schrijfster dat hij maar liefst twee afleveringen van zijn tv-programma “De wereld van Boudewijn Büch” aan haar spendeerde.

Ingrid Jonker leerde ik kennen via Nelson Mandela. Mandela verwees, in zijn openingsrede van het nieuwe Zuid-Afrikaanse parlement op 24 mei 1994, naar deze Zuid-Afrikaanse dichteres & schrijfster waarvan hij, tijdens diezelfde reden, uit het gedicht ‘Die kind’ citeerde.

Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 en verloor enkele jaren later haar vader.

Ingrid Jonker werd geboren op 19 september 1933. Haar vader verliet haar moeder nog voor haar geboorte (wanneer enkele jaren later haar moeder overlijdt trekt ze bij het nieuwe gezin van haar vader – waar ze eigenlijk niet welkom is – in).

Sylvia Plath kampt haar hele leven lang met een bipolaire stoornis. Ook Ingrid Jonker was – net als haar moeder – manisch depressief.

Sylvia Plath keert, na haar miskraam in februari 1961 & naar aanleiding van de affaire van haar echtgenoot met een andere dichteres, omstreeks 1962 vanuit North Tawton terug naar Londen (waarheen ze tijdens haar eerste zwangerschap verhuisde met haar man). Ze woonde er in een gebouw waar ooit ook William Butler Yeats woonde, zette er haar echtscheiding in & werd tijdens de winter van 1962-63 erg ziek. Op 11 februari 1963, Sylvia is op dat ogenblik 31 jaar oud, verstikt ze zichzelf met het gas van haar oven.

Ingrid Jonker raakt in 1961 zwanger van de (gehuwde) dichter André Brink & ondergaat een abortus. In 1964 ontvangt ze een prijs voor de bundel ‘Rook en oker’ en een studiebeurs waardoor ze een reis door Europa kan maken samen met Brink. Wanneer Brink haar definitief verlaat voor zijn vrouw, stort Jonker in & moet ze in Parijs opgenomen worden. Terug in Zuid-Afrika blijft ze depressief & opgenomen. In de winternacht van 19 juli 1965, Jonker is op dat ogenblik 31 jaar oud, verlaat ze op blote voeten de kliniek. Een agent merkt haar op en brengt haar terug. Nog diezelfde nacht ontsnapt ze opnieuw om op het strand van Drieankerbaai de zee in te lopen. Haar levenloze lichaam spoelde later terug aan op het strand. Het eerste gedicht – “Onvluchting” – uit haar gelijknamige debuutpoëziebundel eindigt trouwens met de profetische woorden: “My lyk lê uitgespoel in wier en gras / op al die plekke waar ons eenmaal was.”

Verdere gelijkenissen, zegt u?

Wel, beide dames doken onlangs terug in mijn geheugen op naar aanleiding van televisiebeelden. Jonker naar aanleiding van een interview met de Nederlandse dame die een film over haar maakte die later dit jaar zal verschijnen. Plath naar aanleiding van een tv-fragment dat ondertussen alweer uit mijn geheugen ontsnapt is.

En ook: beide dames liggen deze week naast mij in bed. Jonker met haar ‘Versamelde Werke’ & Plath met haar ‘Letters Home’. Haar ‘The Bell Jar’ ligt ook nog ongeduldig te wezen in het stapeltje nieuwe aanwinsten die dringend gelezen moeten worden.

Bukowski & Crumb

Deze twee zullen mij benieuwen:

Een kortverhaal van Bukowski met illustraties van Crumb (Bring me your love) & een strip met tekeningen van Crumb naar een scenario van Bukowski (There’s no business).

Verder kijken we nog halsreikend uit naar 2 x Büch (Plinius Pinguïn & Nieu Island; het eiland der wilden), 1 x Boon (Zondagsleven van Pomponneke) & 1 x ‘A history of erotic literature’.

En daarmee houden we het – da’s beloofd, schat – voor bekeken voor dit jaar.

Tenzij er nog boeken onder de kerstboom liggen, natuurlijk.

2010 – het boekenjaaroverzicht

Ik weet dat ik dit beter niét openbaar maak – vriendin krijgt zwart op wit argumenten aangereikt om de budgettaire consequenties van mijn bibliofilie opnieuw in vraag te stellen – maar ik telde het, na mijn blog van gisteren, even exacter na:  75 titels, waarvan 3 in 2-voud, dus 78 boeken vonden, voorlopig, in 2010 hun weg naar mijn boekenkast. Te weten:

Agnew (A); Superheld
Ashbee (HS); The Encyclopedia of Erotic Literature
Balakian (P); Fate of a black dog
Berckmans (JMH); 4 laatste verhalen en enige nagelaten brieven
Berckmans (JMH); Klein Konstantinopel
Berckmans (JMH); Berckmans Biotoop I: Alles wel in Kromsky’s
Berckmans (JMH); Berckmans Biotoop II: Dodezielen op Allerjazzdag
Berckmans (JMH); Bericht uit Klein Konstantinopel
Berckmans (JMH); Brief aan een meisje in Hoboken
Berckmans (JMH); Geschiedenis van de revolutie
Berckmans (JMH); Het onderzoek begint
Berckmans (JMH); Ontbijt in het vilbeluik
Berckmans (JMH); Taxi naar de Boerhavestraat
Berckmans (JMH); Vergeet niet wat de zevenslaper zei
Boccaccio (G); Decamarone
Boon (LP); Mieke Maaikes Obscene Jeugd
Boon (LP); Blauwbaardje in de ruimte
Boon (LP); Eens, op een mooie avond
Boon (LP); Eenzaam spelen met pompon
Boon (LP); Fenomenale Feminatheek
Boon (LP); Zomerdagdroom
Büch (B); Bladeren in het hemelruim
Büch (B); De bril van Buddy Holly
Büch (B) Eerstejaars
Büch (B); Zingende botten
Cube (I) Attitude
Daan (T); Studenten-liedjes
Dams (I); Het Tigra-meisje
De Coster (S); Eeuwige roem
de Jour (B); De intieme avonturen van een call girl in Londen
de Laclos (C); Les liaisons dangereuses
Döpp (HJ); Le fetichisme du pied
Dosfel (L); Schets van eene geschiedenis van de Vlaamsche studentenbeweging
Duma Père (A); De Zwarte Tulp
Eco (U); De slinger van Foucault
Fonteyne (M); Bekentenissen van een minnares
Hemmerechts (K); De laatste keer
Hemmerechts (K); Kerst en andere liefdesverhalen
Houellebecq (M.); Platform
Komrij (G); De buitenkant
Lebeck (R); Playgirls of yesteryear
Löw (E); En wie ben jij?
Merkin (R); Velvet Eden
Nin (A); Delta of Venus
Nin (A); Little birds
Nye (R); Merlin
Ohandjanian (A); Osterreich-Ungarn und Armenien. 1912-1918; Sammlung diplomatischer Aktenstücke
Olyslaegers (J); Wij
Pidansat de Mairobert (M-F); Anecdotes sur Madame la Comtesse Dubarri
Réage (P); Het verhaal van O
Réage (P); L’histoire d’O
Rilke (RM); Two Prague Stories
Rumi; Selected Poems
S.N.; De openhartige juffrouw. erotische verhalen uit de Verlichting
S.N.; La Maîtresse du Pirate. Verhalen uit het lustenkabinet
S.N.; 1001 liefdes – boekdeel 11
S.N.; Dat volk moet herleven
S.N.; De Gentse studenten en de repressie van politie en professoren
S.N.; De verzamelaar verzameld
S.N.; Nouveau Dictionnaire de Sexologie
S.N.; Université Lovanium 1954-1964
S.N.; Universiteit van Tilburg 1927-2002
S.N.; Vijl & Zwaard. Spiegel van Groninger Studentenleven 1815-1945
Sebastian (A); De geschiedenis van de tango
Shonagon (S); Het hoofdkussenboek
Simonart (S); Off the record. in gesprek met de grootste rocksterren van vandaag
Stanton (E); Reunion in ropes & other stories
Stanton (E); She dominates & other stories
Van Craen (W); Gek van liefde
Van den Broek (G.); Moeder Heidebrand 1955-1974
Van Loo (B); O vermiljoenen spleet
Vanbelle (AA); Bitterzoet
Victoria (I); Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won
Villeneuve (R); Fetichsime et Amour
Wieringa (T); Joe Speedboot

Het oudste exemplaar -‘ Anecdotes sur Madame la Comtesse Dubarri’ – vierde dit jaar zijn 234e (!) verjaardag & is (o.a. daardoor, maar ook omdat het een schoolvoorbeeld van “porno als politiek strijdmiddel” is) een van de pronkstukken in de collectie.

Maar het meeste plezier beleefde ik toch aan het krijgen – dankjewel, moeder & vader – van het bibliofiele ‘Klein Konstantinopel’ & het zelf, na làng zoeken, aangeschafte ‘Geschiedenis van de revolutie’ van dezelfde auteur.

Wie zich geroepen voelt om het totale aantal nog wat omhoog te krikken, mag nog schenkingen doen.