het studentenleven anno 1570 (capilla flamenca)

Capilla Flamenca – opgericht in 1978 uit de behoefte van een aantal muzikanten om muziek uit de Renaissance op een degelijk niveau te kunnen uitvoeren & ‘gesplit’ in 2013 – is bij meer Vlamingen gekend dan de meeste Vlamingen zelf beseffen: ze zongen namelijk tijdens de begrafenis van zanger & schrijver Luc De Vos, niet zo lang geleden, een Latijnse cover van diens nummer ‘Mia’.
hetstudentenlevenanno1570
In de tijd dat er nog LP’s opgenomen werden, namen zij de LP “Het studentenleven anno 1570” (met Nederlandse polyfone liederen) op. Opzet van deze ‘renaissance-concept-lp’:
“Aan de hand van de gekozen liederen willen wij een beeld geven van een dag uit het leven van een toenmalige student. We laten een fiktieve jongeman, afkomstig uit het Duitse Andernach, in de Nederlanden komen studeren. Jeugdherinneringen aan zijn geboortestad duiken als een rode draad op, telkens hij bekende Nederlandse volkslied Tandernaken hoort. Het is een strofisch “oudt liedeken” dat handelt over 2 meisjes die over de liefde praten… Bij het ontwaken neuriet de student Ic sie den claren dach, een hoofs meilied uit de vijftiende eeuw. In de twee volgende liederen looft hij de Heer en vraagt hij om bijstand. Na een instrumentale Tandernaken volgen drie stukken die allen met het studentenleven te maken hebben: de eerste twee zijn volksliederen die Clemens non Papa als basis voor twee geestelijke Souter (psalm) Liedekens gebruikte.
Geldproblemen duiken op in het stuk van J. Obrecht waarvan echter alleen de begintekst gekend is.
De B-kant opent met het luik van de liefde. Myn morghen (moederken) ghaf my een ionck myff is een quodlibet (of potpourri) waarin verschillende titels van liefdesliederen verwerkt zijn. Na het ingewikkelde Tandernaken, waarvan de tenor gebaseerd is op het oude volkslied, volgt het archaïsche Een vrouwlein edel van nature, dat een schoolvoorbeeld van het hoofde minnelied is. Vervolgens richt de student zijn aandacht op de ontspanning en volgen twee “liedekens”, die typerend zijn voor de bloeiperiode van het burgerlijke lied (1551-1575). Ze worden afgewisseld door twee instrumentale intermezzi: een zeer polyfone versie van Tandernaken en twee dansen uit het Leuvens Dansboek.
Het laatste werk, te vergelijken met Jannequins Cris de Paris handelt over het straatlawaai dat onze student duchtig stoort bij het studeren”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s