Antiquariaat Joyce Royce sluit de deuren

Mijn verzamelwoede begon jaren geleden in Gent & was, toen nog & binnenkort weer, eerder functioneel: er moest bronnenmateriaal over studentenliederen op de boekenplank komen.
Onze nationale bibliotheken & archieven schieten op dat vlak schromelijk tekort in vergelijking met onze noorder- & oosterburen; ik heb die klaagzang al vaker gezongen.
Mijn uitvalsbasis was de Sint-Jacobskerk die een aantal antiquariaten om zich heen geschaard had; mijn favoriet lag op de Ottogracht: Efemerie Erik.
In mijn herinnering had die Erik wel wat van Gainsbourg: hij zag er voortdurend dodelijk vermoeid uit, met warrig haar & altijd wel een sigaret binnen handbereik.
Erik van Efemerie Erik had één groot voordeel op al die andere antiquariaten in Gent: het was een no-nonsense-type naar mijn hart.
Als een andere, niet nader genoemde antiquaar een partij almanakken van het Taalminnend Studentengenootschap ’t Zal Wel Gaan in huis had & ik die hele zooi in een keer wou opkopen (dankzij de gulle sponsoring van mijn toen reeds werkende ex) – we spreken over de jaren negentig van vorige eeuw & bedragen die een huidig maandloon uitmaken – dan wilden die wel es arrogant verontwaardigd zijn, omdat ik tot een prijsvergelijk wilde komen.
Dat soort bullshit, daar deed Erik niet aan mee.
Au contraire:
Erik hield alles wat ie binnenkreeg waar ook maar een vleugje studentikoziteit van afstraalde voor mij opzij tot ik voor mijn tweewekelijks bezoekje passeerde.
Iedere keer werden er faire deals gesloten.
En meermaals had hij héél leuke efemere dingen in huis die ik héérlijk vond & hij nauwelijks de moeite waard om er geld voor te vragen…en dat deed hij dan ook niet.
Toen ik jaren later door de liefde naar ’t Stad gelokt werd, was Joyce Royce een van de eerst antiquariaten waar ik dingen naar mijn zin vond.
Heel vaak ben ik er niet geweest.
Ik ga – zelfs in ’t Stad – overal met de auto naartoe & parkeren in de (wijde omgeving van de) Lange Leemstraat is geen pretje.
Eerder deze week werd ik door mede-baard Jeroen Olyslaegers op de hoogte gebracht van ’t feit dat eigenaar Hugo er eind maart definitief een punt achter zet (er is daar zelfs een Facebookgroep over) & grote uitverkoop (alles aan 50%) houdt.
Een & ander leidde ertoe dat ik – ondanks het voornemen om grote kuis te houden & plaats te maken in mijn collectie – vandaag, na aangifte van mijn eerstgeboren zoon op het stadhuis van Sint-Niklaas, richting Antwerpen bolde om koortsachtig op zoek te gaan naar een parkeerplaats in de (wijde omgeving van de) Lange Leemstraat & nog es een bezoekje te brengen aan Joyce Royce.
Het antiquariaat opende om 13:00 uur.
Ik was een kwartier eerder ter plaatse.
& ik had maar weinig tijd, want ik moest voor 14:00 uur weer thuis zijn voor een “belangrijke meeting met vrouw, kind & vroedvrouw”.
Dat leidde in eerste instantie tot enige frustratie, want ik neem graag mijn tijd om te snuisteren.
Maar gelukkig is Hugo van Joyce Royce een vakman & weet hij wat hij in zijn etalage moet steken om passanten binnen te lokken: een kwartiertje etalage-staren was voldoende om meer dan mijn voorgenomen budget op te souperen zonder snuisteren.
Op enkele minuten was de zaak beklonken & de bankrekening stevig geslonken.
Maar alle ruimte die vrijkomt, nu ik mijn studentica-collectie aan ’t uitmesten ben, gaan we weer opvullen.
Om te beginnen met volgende fijne aanwinsten:
*Guido Crepax; Histoire d’O; Trinckvel/Jean-Jacques Pauvert; Paris; 1975 [prachtige ‘stripversie’ – het woord doet het boek oneer – van de bdsm-klassieker van Pauline Réage; exemplaar 1219 van 5000; in oorspronkelijke zwarte boekbox]
* Pierre Louÿs; Les Chansons de Bilitis; Union Latine d’Editions; Paris; 1934 [met uitgebreide biografie over deze Belgische ‘pornograaf’ & opgesmukt schitterende erotische tekeningen van Mariette Lydis]
* Marcel Mariën; De openstaande vrouw. Honderd foto’s door de auteur van onderschriften voorzien; Uitgeverij Loempia; s.l.; 1985 [heerlijk erotisch fotoboek van deze Belgische, surrealistische schrijver & kunsternaar]
* 10 nummers uit de periode 1988-1992 van het cahier “Les Lèvres Nues” van/over/met Marcel Mariën
En als in februari & maart mijn rekening weer gespekt wordt, passeren we er nog es voor meer laatste afscheidsgroeten.
Ondertussen hopen wij de Lotto te winnen zodat wij de officiële broodwinning de kont kunnen keren & ons kunnen focussen op schrijven, tekenen & het opkopen van een antiquariaat om eens een echt vak te leren, bij voorkeur van de heer Joyce Royce zelve.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s