Tentoonstelling schetst traditie studentenklak

Overgenomen van www.brusselnieuws.be

Elsene – Op 21 november, één dag na de jaarlijkse Sint V-viering, opende de dienst Cultuur van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) een tentoonstelling over de geschiedenis van de studentikoze hoofddeksels. Die wil duidelijk maken dat er achter de studentenklak niet alleen vuildoenerij, maar ook een lange, rijke traditie schuilt.

De studentenklak heeft al een hele weg afgelegd. Tegenwoordig doet het hoofddeksel dienst als bewijs dat de drager gedoopt is bij een facultaire kring, en als beschutting tegen rondvliegende projectielen, bloem, bier en andere lekkernijen tijdens studentikoze happenings. Maar dat is niet altijd zo geweest. Ooit moest de studentenpet vlekkeloos schoon gehouden worden en droegen alle studenten hem. Maar omdat de pet tegenwoordig vooral in het straatbeeld verschijnt ter gelegenheid van lawaaierige dopen, ontgroeningen en Sint V (de herdenking van Théodore Verhaegen, de oprichter van de ULB, waaruit ook de VUB ontstond), wordt het hoofddeksel door buitenstaanders steeds meer geassocieerd met negatieve dingen.
Tijd om iets aan te doen aan dat negatieve imago, vonden ze bij de dienst Cultuur van de VUB, en ze gingen op zoek naar de geschiedenis van de studentenpet én naar een reeks oudere exemplaren. In totaal stellen ze zowat zestig hoofddeksels tentoon.

Modetrends

Het is moeilijk te zeggen wanneer precies de studenten voor het eerst een eigen hoofddeksel begonnen te dragen, vertelt Caro Renckens, die de tentoonstelling samenstelde. De studentenpet duikt voor het eerst op op een Duitse tekening uit 1808. Maar in België duurde het vermoedelijk tot 1850 alvorens de studenten een pet begonnen dragen.

De eerste duidelijke vermelding dateert uit 1860, wanneer een tekst stelt dat de pet het officiële hoofddeksel van de student is geworden. Het was voor de student een manier om zich te onderscheiden van de scholieren, die zich ook ‘student’ begonnen te noemen; ook de langer wordende klep was vermoedelijk een manier om het kleine klepke van de verplichte scholierenpet te overtroeven.
Het is overigens onmogelijk om een lijn te trekken in de vormen en kleuren en versieringen van de studentenpet; er is niet meteen een logisch verband tussen een pet en een bepaalde instelling of regio. De petten zijn onderhevig geweest aan modegrillen, en ze ondergingen ook politieke en facultaire invloeden. “Bovendien zorgen sterren, caducés (zie inzetje rechts) en andere merktekens ervoor dat je de afkomst, persoonlijkheid en studentikoze carrière van een student van zijn pet kunt aflezen, tenminste als je de taal beheerst,” zegt Renckens.

Foute petten
De twee meest voorkomende modellen die nu nog gedragen worden, zijn de Duitse en de Belgische pet.
De eerste hebben een korte klep en waren in de negentiende eeuw verplicht voor middelbare-schoolstudenten; de tweede kunnen zowel een korte als een lange klep hebben en houden het midden tussen Belgische boerenpetten en de petten van het spoorwegarbeiders. “In het negentiende-eeuwse Duitsland werden de petten zonder persoonlijke versiering gedragen, zonder faculteitssymbolen of jaarsterren,” vertelt Renckens. “Zelfs het lintje in de kringkleuren moest tot 1848 verborgen blijven in het openbaar, omdat het bij wet verboden was ‘kleuren’ te dragen die een of ander lidmaatschap verrieden. Op straat bonden de studenten er dan maar een lint overheen. De Duitse petten werden ook in de vroege twintigste eeuw in Leuven gedragen, omdat ze daar het vuile en crapuleuze imago van de Belgische studentenpet beu waren en het studentenleven wilden veredelen.”

Elke student van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) droeg nu dezelfde pet, met kleuren typerend voor zijn regio. Maar lang bleven die petten niet in trek: om te beginnen waren de Walen niet echt opgezet met de nieuwe Vlaamse pet, die ze als antinationaal en zelfs als antikatholiek beschouwden (ze hadden jarenlang geprobeerd hun eigen calotte te promoten tot universeel katholiek studentenhoofddeksel – vandaar dat de vrijzinnige Brusselse studenten vandaag nog steeds ‘À bas la calotte’ zingen).

Na de Eerste Wereldoorlog werden de Duitse petten wijselijk naar de vuilnisbak verwezens – tot studenten uit de Oostkantons er enkele jaren later alweer mee buiten durfden te komen. De Duitse petjes worden tegenwoordig nog steeds gedragen door katholieke studenten in Antwerpen of Gent. Andere studenten schakelden over op de faluche, een soort baretachtige Rubensmuts die ook gedragen werd door de Franse studenten, om in de jaren 1930 nogmaals over te stappen naar een soort Duits model met een veel groter hoofdstuk, om het beeld van de faluche niet helemaal te vergeten.

In de jaren 1950 verdwenen de verbondspetten geleidelijk uit het straatbeeld. Het verbond verloor zijn overkoepelende kracht en trachtte de populariteit van zijn petjes nog te redden door ze wat kleiner te maken. Het enige kleinere model dat overleefde, is echter dat van het extreem rechtse Nationalistische Studentenvereniging (NSV).

Crapuleus
De Belgische pet, die in het begin van de negentiende eeuw in de Vlaamse steden moest wijken voor het Duitse model omdat hij een slonzig imago had gekregen (met als bijnaam ‘la crapuleuze’), werd wel behouden in Brussel, Bergen, Luik en Gembloux, en deed ook zijn intrede aan heel wat kleinere Waalse hogescholen.
“In Brussel deed zich in het begin van de twintigste eeuw een soort uniformisering voor. Samen met het ontstaan en de ontwikkeling van de facultaire kringen aan de ULB wordt de klak geleidelijk een facultaire aangelegenheid,” zegt Renckens. “Waar vroeger nog alle studenten dag en nacht met een klak rondliepen, werd het hoofddeksel steeds meer voorbehouden voor leden van facultaire kringen die gedoopt waren. Dit werd volledig vastgelegd in 1927: ook vandaag nog mag je pas een klak dragen als je facultair gedoopt bent én als die klak zelf nadien ook nog eens gedoopt is. De specifieke symbolen en kleuren van de ULB werden overgenomen door de VUB en enkele nieuwe hogescholen in Brussel, zodat er toch enige structuur ontstond.”

Tentoonstelling tot en met 14 december, elke werkdag van 11.30 tot 17 uur op de bovenverdieping van de VUB GalerY’, Pleinlaan 2, 1050 Elsene. Meer info op 02-629.23.25,
02-629.23.29

Karolien Merchiers © Brussel Deze Week

Advertenties

2 gedachtes over “Tentoonstelling schetst traditie studentenklak

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s