Vanuit Groningen kreeg ik een bundeltje kopieën toegestuurd met een aantal teksten over studentenliederen. Het onderstaande, uit het Tijdschrift der Vereeniging voor Noord Nederlandsche Muziekgeschiedenis I (1885; p. 16), toont aan dat en hoe het Noordnederlandse ‘Io vivat’ gebaseerd en geïnspireerd is op het Zuidnederlandse/Leuvense vakantielied “A, a, a, valete studia”.
———————————–

Zoover ik weet is het “godlijk Io Vivat”, door de studentjes van Piet Paaltjens aangeheven, het uitsluitend eigendom onzer Noord-nederlandsche akademieburgers, en behoort dus, afgezien van zijne Latijnsche woorden, tot onzen nationalen liederenschat. Hoe oud het wel is, heb ik sedert jaren menigeen, die het weten kon, te vergeefs gevraagd; het schijnt niet bekend te zijn, waar en wanneer het voor het eerst wordt genoemd of aangehaald, en de literatuur waarin dat geschiedt is niet aantrekkelijk of toegankelijk genoeg om er regtstreeks naar te gaan zoeken.

Toch meen ik er tamelijk zeker van te zijn, dat het aan eene onzer hoogescholen, waarschijnlijk te Leiden, ontstaan is, en wel als wijziging van een oud Leuvensch studentenlied. Wie een reeks van maskerademarschen onder de ogen heeft gehad, weet bij ondervinding, hetgeen trouwens te verwachten was, dat de componerende student, ja soms de musicus die voor studenten componeert, er ligt toe komt om het woord van Molière in toepassing te brengen: “Je prends mon bien où je le trouve.”

Het hier gevolgde voorbeeld vindt men in de Oud-Vlaemsche Liederen van Willems-Snellaert (Gent 1848) onder n° CCLIII. “Geen student uit eene Belgische Latijnsche school is er,” volgens den uitgever, “of hy kent dit drinklied. Gewis uit de middeleeuwen en uit Leuven afkomstig, zal het in de tyden dat de studenten, met den boekzak op den rug, zich te voet naer het ouderlyk huis in vacantie begaven, voor marschlied gediend hebben. Het is genoegzaem het eenige in België bekende studentenlied; want het io vivat! dat aen de Hollandsche hoogescholen klinkt, en de veelvuldige liederen der Hoogduitsche studenten, zijn hier by zeer weinigen bekend.”

Nu dateerde de oude Leuvensche hoogeschool (in 1797 opgeheven) van 1426, en voor de Nederlandsche beroerten der zestiende eeuw, werd zij ook uit het Noorden, tot uit Amsterdam en Enkhuizen toe, veel bezocht. En toen in 1575 de Leidsche akademie was opgerigt, ontleende deze haar personeel voor een groot deel aan de protestantsche uitwijking uit het Zuiden, terwijl ook hare Noordnederlandsche leden traditiën van daar hadden medegebragt. Wij mogen aannemen, dat elke Hollandsche scholaris van die dagen met het vacantielied van Leuven bekend was.

In de aangehaalde verzameling luidt het als volgt:

Het derde deel is de hervatting van het eerste, en beide zijn door herhaling der laatste helft uitgebreid. Nemen wij deze uitbreiding weg, en verwijderen de verfraaijende G uit de derde maat van deel II, dan wordt de eenvoudige vorm der melodie deze:

Herleiden wij het Io Vivat op dezelfde wijze, dan vertoont enkel de middenafdeeling, of de overgang tot de hervatting van het hoofdmotief, een wezenlijk verschil, en toch ook verwantschap:

Voor den historischen zamenhang tusschen de beide liederen pleit ook de vierde strophe van het Belgische:

O, o, o, nil est in poculo.
Repleatur denuo;
Nummi sunt in sacculo.
O, o, o, etc.

Terwijl de Hollandsche student in een van zijne strophen zingt:

Cum nihil est in poculo,
Tum repleatur denuo.

Dit cum en tum zijn stoplappen ter wille van de veranderde versmaat, behalve nog dat zij van een eenvoudige bestelling een algemeenen regel maken, die er minder oorspronkelijk uitziet.

Overigens heeft het Noorden zoowel als het Zuiden zijne eigene versieringen aangebragt. De Belg besluit volgens Willems (Snellaert):

De Hollander veelal:

Het een is even mordern als het ander.

De figuratie in het midden van het Io Vivat:


kan ontleend zijn aan de moderne, tweede afdeeling van het Wilhelmus:


en is inderdaad een verbetering, zoolang men niet verder gaat en de wijze aldus verwatert:

zooals zelfs militaire muzikanten ons wel te hooren geven, alsof het een kinderliedje gold.

Het Gaudeamus der Duitsche studentenwereld heeft een schoone melodie en een zinrijken text; dan de eerste klinkt vrij modern en de andere wel wat heel zwaarmoedig. Het Nederlandsche studentenlied, in zijne twee vormen als om de scheiding van Noord en Zuid voor te stellen, is veel jeugdiger van inhoud en in zijn muzikalen vorm een echt volkslied uit den ouden tijd.

[…]

Leiden, Oct. 1881

J.P.N. Land

Advertenties

Een gedachte over “

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s