Geuzenlied

Vorige vrijdag op de kop getikt : een faximile-uitgave van de (drietalige) partituur van De Geyters “Geuzenlied”.

Vandaag letterlijk overgenomen van www.liberaalarchief.be : een woordje uitleg door Daniël Vanacker.

“Van ’t ongediert der papen verlost ons vaderland”, luiden de laatste verzen van de derde strofe van het Geuzenlied. In de laatste jaren van de 19de eeuw werd deze zin een van de populairste slogans van de antiklerikalen in ons land, net zoals het Geuzenlied hét lijflied was van al wie droomde van het einde van de katholieke meerderheid – maar die hield stand tot aan de Eerste Wereldoorlog. Een liberale meeting of betoging in Vlaanderen kon geen succes genoemd worden als de aanwezigen niet (min of meer) spontaan deze hymne aanhieven. Hij verscheen ook in diverse bundels liberale strijdliederen.

De eerste regels klinken nogal vreemd:

Zij brullen “Leeuw van Vlaandren!” en huilen tegen ons
Zij die de Leeuw doen kruipen, doen kruipen voor Bourbons!

Die Bourbons staan er niet bij om de regel te laten rijmen. Ze verwijzen naar de concrete aanleiding die de Antwerpse auteur Julius De Geyter inspireerde tot het schrijven van dit lied.

In februari 1872 nam Henri de Bourbon, graaf van Chambord, zijn intrek in het Hôtel Saint-Antoine op de Groenplaats in Antwerpen. Kleinzoon van de Franse koning Charles X, die troonsafstand gedaan had in de revolutiedagen van 1830, hoopte hij vanuit Antwerpen zijn kansen als troonpretendent beter te kunnen verdedigen. Zijn aanwezigheid leidde tot bloedige straatrellen tussen koningsgezinde katholieken die hem steunden, en republikeinse liberalen die zijn vertrek eisten. Tijdens hun betogingen zongen de katholieken steevast de Vlaamse Leeuw. Naar verluidt maakte Julius De Geyter toen, op de melodie van diezelfde Vlaamse Leeuw, een liberale anti-tekst – al werd het zo moeilijk om de zingende tegenstanders nog uit elkaar te houden. Wonderlijk genoeg maakten de kranten daar destijds geen melding van. Op het bestaan van die tekst zinspeelt wel een latere versregel van De Geyter:

Als landverraders Vlaanderens Leeuw Bourbons ter hulpe zongen,
en wij hun ’t heilig krijgsgeschreeuw terug de keel in wrongen!

Een goeie maand later, op 1 april 1872, herdacht Nederland de 300e verjaardag van de slag bij Den Briel, toen de protestantse Watergeuzen deze stad veroverden op de Spaanse graaf van Alva (“Op 1 april verloor Alva zijn bril” is de klassieke woordspeling over deze gebeurtenis). Ook de Gentse en Antwerpse liberalen vierden mee. Voor het volksbanket in Antwerpen bestelde Nand Van der Taelen, voorzitter van het plaatselijke feestcomité, bij schrijver-journalist Paul Billiet een “Geuzenlied” dat Alexander Fernau op muziek zette. Ze drukten het resultaat op 2.000 exemplaren en verkochten het aan 1 frank per stuk. Maar op het banket bleek de bariton van dienst zo “hees als een kat”, zodat de componist zijn werk zelf moest zingen. De man had echter een stem “om van weg te lopen”. Het verwachte succes bleef uit. Uit dit feest groeide de Geuzenbond, die naar het voorbeeld van de geuzen in 1572 wilde strijden voor vrijheid en vooruitgang.

Chambord kwam in september 1873 opnieuw in de actualiteit. Hij leek dichter dan ooit bij de Franse troon te staan. Dat verklaart waarom zijn naam weer opdook in de verkiezingsslag die op 16 september in Antwerpen geleverd werd om de zetels van een gestorven en een opgestapte volksvertegenwoordiger. Deze kiesstrijd inspireerde Julius De Geyter tot een strijdlied, waarvoor Alexander Fernau de “gloedvolle melodie” leverde. De tekst herinnerde aan de rellen van februari 1872, maar ging vooral te keer tegen de groeiende macht van de kloosters, de jezuïeten en het “zwart gespuis”. De slotstrofe sprak de hoop uit dat het mensdom ooit verlost zou worden van alle ketens en boeien en één broederland zou vormen. “Dat willen wij, o Geuzen, al kost het goed en bloed”.

Dit zangstuk heet officieel De Vlaamse Leeuw en de Geuzen. Nog in 1931 prijkte deze titel in een bundel Strijdliederen, uitgegeven door de “liberale damen en juffers” van de Antwerpse Vrijheidskring. In de praktijk sprak men gemakshalve al snel van het Geuzenlied. Tekst en muziek sloegen aan. De compositie kreeg een Franse en Duitse vertaling. Het Gentse satirische blad Paters en nonnen koos in 1877 de zin “Van ’t ongediert der papen, verlost ons vaderland” als motto. Maar er kwam ook een anti-liberale tegenhanger met de oproep “Van ’t ongediert der geuzen, verlost ons vaderland”.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s