Uit het studentenleven

Eerder deze week, welgeteld 1 week na aankoop, toegekomen (op kantoor) : Uit het studentenleven en andere gedichten (Julius Vuylsteke; 1868). Een leuke bundel, in perfecte staat, met gedichten die het Gentse studentenleven medio negentiende eeuw bezingen.
Voorin een naamstempel (Mr. L. Meijer – Warhuizen) en een ex libris van het Groninger Studentencorps Vindicat Atque Polit. Wat wellicht geen toeval is aangezien er in de tweede helft van de negentiende eeuw goede contacten waren tussen de ‘Groot-Dietse’ studenten in de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden.

VUYLSTEKE

Julius Vuylsteke (geboren in 1836 in Gent en daar ook overleden in 1903) was advocaat, politicus, historicus, dichter en publicist. Mij interesseert deze man vooral omwille van zijn rol in de Vlaamse (Studenten)beweging en als (mede-)oprichter van ’t Gentse, vrijzinnige, Taalminnend Studentengenootschap “’t Zal Wel Gaan” in 1852.
Ik had in mijn collectie al een dissertatie over zijn correspondentie met Julius De Geyter en (een kopie) van zijn “Studentenlied” uit het Vlaams, Liberaal Archief in Gent:

Waar treurige blokkers in hun cel
voor ’t schrikkelijk examen waken,
en zich van ’t zoete leven een hel,
ja zich een helle van ’t leven maken,
wij, minnaars van het blijde lied,
daar zijn wij niet!
Maar klinkt aan ons oor een feestakkoord,
een vreugdig en ongebonden zingen,
een schaterlach, een geestig woord,
een luid en prikkelend stopselenspringen,
Studenten, vroolijk, jong en blij,
daar zijn wij ook!

Waar knorrig mannen koud en stijf
van wijsheid en bedaardheid spreken
aan alwie het dwanghemd om zijn lijf,
de keten aan zijn hand – wil breken,
wij, minnaars van het vrije lied,
daar zijn wij niet!
Maar komt tot ons een vrije stem,
een stemme uit mannenborsten gesprongen,
die roept met vasten, stouten klem:
“Vooruit! het oude pleit voldongen!”
Studenten, moedig, jong en vrij,
daar zijn ook wij!

Waar uit den hoogen “waarheidstoel”
dweepzuchtig, bijgeloof en logen,
als kwade dampen uit een’ poel,
over het aardrijk komen gevlogen,
wij, minnaars van een eerlijk lied,
daar zijn wij niet!
Maar waar de Rede haar’ rijke vloed
uitstort in breede, heilzame plassen,
waarin eenieder zijn’ dorst voldoet
en de oude smetten weg kan wasschen,
Studenten, van vooroordeel vrij,
daar zijn ook wij!

Waar kindren van den vreemden trant
eigen kracht en licht vernielen,
en ’t innig eergevoel van het land
voor vreemde mode of macht doen knielen,
wij, minaars van het Vlaamsche lied,
daar zijn wij niet!
Maar ruischt de Vaderlandsche zang,
en drukken handen andere handen,
en wederklinkt de glazenklank
op ’t heil der oude Nederlanden,
Studenten, jong, en Vlaamsch, en vrij,
daar zijn ook wij!

‘T ZAL WEL GAAN

Op hun webstek wordt de geschiedenis van ’t Zal – zoals ze in ’t kort in de studentenmond gekend zijn – als volgt beschreven :
“Het Taalminnend Studentengenootschap ’t Zal Wel Gaan werd opgericht in 1852 door ondermeer Julius Vuylsteke aan het Gentse atheneum en verplaatste kort daarop zijn actieradius naar de Gentse universiteit en het Gentse hoger onderwijs.

Opgericht onder de leuze “Klauwaard en Geus” was het van bij zijn oprichting tot vandaag een progressieve, sterk Vlaamsvoelende en een bij uitstek vrijzinnige vereniging die een voorname rol speelde in de vernederlandsing van het onderwijs, de Spaanse burgeroorlog, de verzetsbeweging in de Tweede Wereldoorlog, de Koningskwestie, mei 68 en gedurende zijn ganse bestaan voorloper was in ethische debatten. Binnen de georganiseerde vrijzinnigheid was ’t Zal Wel Gaan steeds een buitenbeentje door zijn radicale eis over alle generaties heen voor een totale scheiding van kerk en staat.

’t Zal Wel Gaan vierde in 2002 zijn 150ste verjaardag; het is de oudste nog bestaande Vlaamse studentenvereniging.”

In de bundel die maandag arriveerde, komt volgend gedicht van Vuylsteke over ’t Zal voor :

Wij, Vrienden, die het stout gevecht
nog jong beginnen voor het recht,
wij zijn hier weêr te gâren:
nu, schinkt mij bier en schinkt mij wijn;
en laat ons weêr eens vroolijk zijn,
laat ons geen liedjes sparen!
De weg is lastig, krom en lang;
een glasje wijn versterke ons lijf,
en dat een vaderlandsch gezang
ons vlaamsche zenuw stijv’!
’t Zal wel gaan, ’t moet wel gaan;
want hart en hoofd en arm,
bij ons is ’t al nog warm.

’t Is nacht al waar het oog zich keert;
de Priester heerscht, de Waal regeert,
de Vlaming blijft steeds slapen;
het schoon geslacht, helaas! is fransch,
en ’t volk verandert langzaam gansch
in uilen en in apen.
“Wie eeuwig laag en klein wil zijn,
verliez’ den tijd met zulk een taal!”
zoo roept meest elk… maar ik herhaal
toch troostvol mijn refrijn:
’t Zal wel gaan, ’t moet wel gaan,
want hart en hoofd en arm
bij ons is ’t al nog warm.

Het vlaamsche hart, bij ’t voorgeslacht
de zetelplaats van moed en kracht,
is als een lamp gestorven;
dat hart, die vruchtbre vlaamsche grond,
waar roem en macht te groeien stond,
is nu tot slijk bedorven…
Beploegen wij dat vlaamsche slijk,
een heldenoogst zal weêr ontstaan;
ja, ’t vlaamsche hart zal weêr, gelijk
weleer, luid, krachtig slaan.
’t Zal wel gaan, ’t moet wel gaan;
welaan! den ploeg in hand
voor ’t heil van ’t vaderland!

Help slechts u zelf, zoo helpt u God;
bij scherpe slagen van het lot
moet dat ons spreuke wezen.
Wie nimmer viel, stond nimmer op;
wij vielen van den hoogsten top;
maar… wij zijn haast verrezen.
En, zeker van de zegepraal,
laat ons maar strijden hand aan hand
voor ’t heilig vlaamsche vaderland
en voor de moedertaal.
’t Zal wel gaan, ’t moet wel gaan:
en nu het glas in hand
op ’t heil van ’t vaderland!

En zoals Vuylsteke zijn gedicht “Na ’t examen” begint : Nunc est bibendum!
Redbull, weliswaar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s