Testament van een oud-student

Op initiatief van Jan-Bart De Muelenaere (Senior Seniorum van het Seniorenkonvent Ghendt) werd bij aanvang van het academiejaar het initiatief genomen om in Gent, Leuven en Antwerpen – Brussel heeft al sinds vele jaren haar Vrijzinning Zangfeest – een studentenliedwedstrijd te organiseren.
De Leuvense wedstrijd kwam nooit van de grond, de Antwerpse wedstrijd zou een negental inzendingen gekregen hebben, maar over de uitslag is er nog geen nieuws en de Gentse wedstrijd (die elf inzendingen telde) is ondertussen afgelopen en de winnaar is bekend.

Het vat Rodenbach – de prijs die het SK Ghendt uitloofde voor het winnende lied – ging naar mijn oude studentenclub Veto die volgend lied (met een tekst van mijn hand en een melodie van praeses Schaap) instuurde:

Ik kwam als eerstejaars hier aan,
kon niet op eigen benen staan,
ik was een groentje en naïef.
De toekomst, die lachte me toe,
maar ik had helemaal geen clou
hoe het leven was aan de univ.
Ik kwam, ik zag, ik overwon
d’examens, want ik was niet dom
Ik kon studeren als de beste.
‘k heb geen enk’le les gebrost
en kreeg ik van ’t blokken dorst :
’t Was water dat ‘m leste.

REFREIN :
Ik wou da’ ‘k eeuwig kon studeren;
Ja, want iets mooiers kon er niet bestaan.
‘k Was eerstejaars en wist niet beter
dan dat ’t nooit voorbij zou gaan.
Ik wou da’ ‘k eeuwig kon studeren;
Ja want iets mooiers kon er niet bestaan.
‘k Was eerstejaars en besefte nog niet goed
dat er tijden zijn van komen en van gaan.

In ’t tweede en in ’t derde jaar
leefd’ ik niet meer als kluizenaar,
maar ging geregeld op de rol.
Het blokken ging diminuendo,
Het feesten in sterk crescendo.
1-2-3 mijn pint was weeral vol
Want ik was nu commilito
met codex, pet en lint en zo.
Ik kroop pas ’s morgens in de pluimen.
En ’s avonds stond ik weer paraat
getooid in gans student’ornaat
om kroegen af te schuimen.

REFREIN :
Ik wou da’ ‘k eeuwig kon studeren;
Ja want iets mooiers kon er niet bestaan.
Ik was een rolder en wist niet beter
dan dat het nooit voorbij zou gaan.
Ik wou da’ ‘k eeuwig kon studeren;
Ja want iets mooiers kon er niet bestaan.
Ik was nu een rolder en besefte al wat meer
dat er tijden zijn van komen en van gaan.

Het laatste jaar ging snel voorbij
met steeds meer vrienden aan mijn zij.
De studie zat er bijna op.
Stage, thesis, zwanenzang.
In feite wisten we’t al lang :
Hierna werd ’t werken of de dop.
Maar vriend, ik zei je geen vaarwel,
we zagen elkaar alweer snel;
als oud-studenten saamgezeten.
op een cantus of TD
doen wij nog even vrolijk mee
om ’t werk weer te vergeten.

REFREIN :
Je kan niet eeuwig lang studeren,
maar mooiers zal er nooit bestaan.
De tijd van gaan was toen gekomen,
Het is dan toch voorbij gegaan.
Je kan niet eeuwig lang studeren,
maar mooiers zal er nooit bestaan.
En ook al weten we nu wel beter,
’t studentenhart blijft altijd slaan.

De originele tekst – de tekst hierboven werd hier en daar aangepast aan de melodie – die ik aan praeses Schaap toestuurde, dichtte ik – voor ’t geval zijn inspiratie het zou laten afweten voor de deadline – op melodie van “Het Dorp” van Wim Sonneveld en ging als volgt:

Ik kwam als eerstejaars hier aan,
kon niet op eigen benen staan,
ik was een groentje en naïef.
De toekomst, die lachte me toe,
maar ik had werkelijk geen clou
hoe het leven was aan de univ.
Ik kwam, ik zag, ik overwon
d’examens, want ‘k was niet dom
en kon studeren als de beste.
Ik heb geen enk’le les gebrost
en kreeg ik van ’t blokken dorst :
’t Was water dat ‘m leste.

REFREIN :
Ik wou da’ ‘k eeuwig kon studeren;
Iets mooiers kon er niet bestaan.
‘k Was eerstejaars en wist niet beter
dan dat ’t nooit voorbij zou gaan.

In ’t tweede en in ’t derde jaar
leefd’ ik niet meer als kluizenaar,
maar ging geregeld op de rol.
’t Blokken ging diminuendo,
Het feesten in sterk crescendo.
Mijn pint moest op de slag weer vol,
Want ik was nu commilito
met codex, pet en lint en zo.
Ik kroop pas ’s morgens in de pluimen.
En ’s avonds stond ik weer paraat
getooid in studentenornaat
om kroegen af te schuimen.

REFREIN :
Ik wou da’ ‘k eeuwig kon studeren;
Iets mooiers kon er niet bestaan.
‘k Was een rolder en wist niet beter
dan dat ’t nooit voorbij zou gaan.

Het laatste jaar ging snel voorbij
met steeds meer vrienden aan mijn zij.
De studie zat er bijna op.
Stage, thesis en zwanenzang.
We wisten ’t eigenlijk al lang :
Hierna werd ’t werken of de dop.
Maar vriend, ik zei je geen vaarwel,
we zagen elkaar alweer snel;
als oud-studenten saamgezeten.
Want op een cantus of TD
deden wij nog vrolijk mee
om ’t werk weer te vergeten.

REFREIN :
Je kan niet eeuwig lang studeren,
maar mooiers zal er nooit bestaan.
En ook al weten we nu beter,
’t studentenhart zal altijd slaan.

Voor de Antwerpse wedstrijd namen we met Castrum deel met een lied dat door mijn schacht Polo geschreven werd op melodie van een prachtig Duits volkslied. Maar aangezien de Antwerpse jury nog steeds beraadslaagt, moet ik de tekst hier voorlopig nog geheim houden. Zodra de uitslag bekend is, neem ik hem zeker op in mijn blog.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s