Ergo bibamus, daarom drinken wij…

Vorige week donderdag (1 december) vond het tweede Antwerpse Studentenzangfeest van de 21e eeuw plaats. Voor twee jaar, vorig jaar was er helaas geen zangfeest, moest ik het feestje voorzitten. Dit jaar kon ik op mijn gemak plaats nemen aan de oude-zakken-tafel in de corona. Hoewel ik, met mijn 13 actieve jaren in ’t Vlaamse studentenleven, al als een behoorlijk oude zak bestempeld kan worden, moesten we dit jaar met de volledige tafel (waaronder ook enkele veertigers) onze studentenpet afnemen voor een verrassende gast : Jean- Louis Dirickx.

Jean-Louis Dirickx – onder drinkebroers, en dus ook die avond, gewoon ‘De Louis’ – werd geboren in 1926 en was in het na-oorlogse Leuven vice-praeses (1949) en praeses (1950) van Lovania. Hoewel hij acht jaren lang stevig boemelde behaalde hij uiteindelijk drie (!) universitaire diploma’s (doctor in de rechten, licentiaat psychologie en licentiaat financiële wetenschappen) en 12 getuigschriften (in Leuven, Brussel, Münster, Dortmund, Fordham (NY), Oslo, Bergen, Alpbach, Madrid en Antwerpen).

De Louis was op het Studentenzangfeest uitgenodigd door Herman van Deuren, mede-organisator van het zangfeest en conservator van het Antwerpse Studentenmuseum, naar aanleiding van een boek dat Louis geschreven had over het studentenleven en zijn studentenjaren in Leuven (en nadien in het buitenland) tussen 1945 en 1953.
Ik had in 2003 inderdaad een persbericht en een aantal krantenartikels zien verschijnen over de publicatie van dit boek, maar om een of andere duistere reden, was het ondertussen nog steeds niet aan mijn Bibliotheca Studentica toegevoegd. Omdat er aan de clubtafel met oude zakken nog wel enkele geïnteresseerden waren voor het werkje, wisselden de Louis en ik contactgegevens uit en maakten we de afspraak dat ik hem zou emailen hoeveel exemplaren we nodig hadden om ze vervolgens bij hem op te pikken.

De dag nadat ik hem de bestelling doorgemaild had, belde de Louis mij ’s avonds op om te melden dat ik ze donderdag – vandaag dus – kon komen oppikken. Hij gaf me ook de eenvoudigste routebeschrijving mee : rijdt de parking van het tankstation Ranst op, negeer op het einde van de parking het verbodsbord bij het begin van ’t kleine straatje – “‘k Heb daar al wel een proces voor gekregen, maar als er politie staat dan zeg je maar dat die van Dirickx dat ook altijd doet!” – rijdt de brug over de snelweg over, draai terug richting Antwerpen en voor de volgende brug sla je rechts af.
Helaas had de Louis die route blijkbaar al lang niet meer gevolgd nadat hij zijn proces gekregen had, want het straatje was geblokkeerd met betonblokken. Dus zette ik mijn route te voet verder, want “zo ver zou ’t wel niet zijn”. Een dik half uur later zat ik terug in de auto om via de snelweg en de afrit Oelegem rechtsomkeer te maken. Ik had namelijk gezien dat op de parking richting Antwerpen géén betonblokken stonden. Dus : parking op, parking af. Even aanbellen bij het eerste huis om nog es de route te checken en om uiteindelijk – met een uur vertraging – de pikdonkere straat in te draaien waar ik moest zijn. Nu nog het huisnummer vinden in een klein landweggetje zonder straatverlichting. Gelukkig…daar stonden net mensen op hun oprit…even de weg vragen.

“Ik zoek nummer 8”
“Diricks?”
“Yep”
“Da’s hier. Ging jij niet om 6 uur komen?”

Euhm…hoe wist deze kerel – die duidelijk 35 jaar jonger was dan de Louis dat? Dat werd al snel duidelijk, want op dat ogenblik zie ik de Louis met de bestelde boekjes onder zijn arm ook buitenstappen. De kerel waar ik net mee gesproken had, bleek zijn zoon te zijn. Ze stonden op ’t punt op restaurant te gaan, aangezien ik blijkbaar niet zou opdagen. Net op tijd dus.

Op het Studentenzangfeest zong de Louis volgend (studenten)lied van zijn hand dat hij in New York ooit zelfs – in Engelse vertaling – op de televisie zong en dat door de ganse corona nadien op een staande ovatie ‘kneukeltjes’ (studenten applaudiseren niet, maar kloppen met de kneukels op tafel) onthaald werd.

Mijne man komt thuis,
Mijne man komt thuis,
Mijne man komt laat naar huis.
En wat vindt hij op zijn kamertje?
Een vreemde hoed in huis.
Wiens hoed is dit, wiens hoed is dat,
Wiens hoed mag dat toch zijn?
Wel, man, dat is een pissepot,
Dat kan niet anders zijn.

REFREIN:
‘k Ben de wereld rond geweest
Al wel een keer of tien,
Maar een pissepot met voering in
Dat heb ik nog nooit gezien.

Mijne man komt thuis,
Mijne man komt thuis,
Mijne man komt laat naar huis.
En wat vindt hij op zijn kamertje?
Een vreemde vest in huis.
Wiens vest is dit, wiens vest is dat,
Wiens vest mag dat toch zijn?
Wel, man, dat is een soutien-gorge,
Dat kan niet anders zijn.

REFREIN:
‘k Ben de wereld rond geweest
Al wel een keer of tien,
Maar een soutien-gorge met mouwen aan
Dat heb ik nog nooit gezien.

Mijne man komt thuis,
Mijne man komt thuis,
Mijne man komt laat naar huis.
En wat vindt hij op zijn kamertje?
Een vreemde broek in huis.
Wiens broek is dit, wiens broek is dat,
Wiens broek mag dat toch zijn?
Wel, man, dat is een cache-corset,
Dat kan niet anders zijn.

REFREIN:
‘k Ben de wereld rond geweest
Al wel een keer of tien,
Maar een cache-corset met een ‘spin’ van voor,
Dat heb ik nog nooit gezien.

Mijne man komt thuis,
Mijne man komt thuis,
Mijne man komt laat naar huis.
En wat vindt hij op zijn kamertje?
Een vreemde kous in huis.
Wiens kous is dit, wiens kous is dat,
Wiens kous mag dat toch zijn?
Wel, man, dat is een koffiezak,
Dat kan niet anders zijn.

REFREIN:
‘k Ben de wereld rond geweest
Al wel een keer of tien,
Maar een koffiezak met voeten aan,
Dat heb ik nog nooit gezien.

Mijne man komt thuis,
Mijne man komt thuis,
Mijne man komt laat naar huis.
En wat vindt hij op zijn kamertje?
Een vreemde schoen in huis.
Wiens schoen is dat, wiens schoen is dat,
Wiens schoen mag dat toch zijn?
Wel, man, dat is een assepot,
Dat kan niet anders zijn.

REFREIN:
‘k Ben de wereld rond geweest
Al wel een keer of tien,
Maar een assepot met nestels in
Dat heb ik nog nooit gezien.

Mijne man komt thuis,
Mijne man komt thuis,
Mijne man komt laat naar huis.
En wat vindt hij op zijn kamertje?
Een vreemde man in huis.
Wiens man is dit, wiens man is dat,
Wiens man mag dat toch zijn?
Wel, man, dat is een vogelschrik,
Dat kan niet anders zijn.

REFREIN:
‘k Ben de wereld rond geweest
Al wel een keer of tien,
Maar een vogelschrik met zweetvoeten,
Dat heb ik nog nooit gezien.

En nu : dringend tijd om dit boekje in een ruk uit te lezen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s